De eerste dag in de kou

Ik sta zoals beloofd vroeg op. Om zes of zeven uur staat Jonathan al sneeuw te ruimen tot aan mijn voordeur – en dat betekent ook onder mijn slaapkamerraam. Ik vind het prima. Om kwart voor acht ben ik wakker en aangekleed, brandt de houtkachel nog zachtjes, en ben ik klaar voor vertrek.

Ik wandel naar buiten – het heeft zachtjes gesneeuwd vannacht, hoe mooi is het! De poedersneeuw ligt overal, en stuift van de kale takken zodra er een zuchtje wind door de bomen waait. Ik verifieer even of Sylvia niet al beneden staat te wachten – nee – dan loop ik weer de trappetjes op en sta wat stil in de tuin, in de dwarrelende sneeuw. Ik kan het hele valleitje doorkijken, met overal houten tuinhuisjes en schuurtjes. Het is zo lief en rustgevend, vooral met die laagjes witte sneeuw overal. Terwijl ik zo – haast meditatief – de ochtendlucht sta in te ademen zie ik Sylvia met de kleine aan de hand het huis uit komen. ‘Heidi! Heidi!’ roept het dochtertje. Wat lief!

We stappen in de auto en rollen weer behoedzaam naar beneden. Sylvia wijst me aan dat alles hier in dit dorp praktisch bij elkaar zit. Ze parkeert bij de supermarkt en steekt met haar kindje de straat over naar de crèche. Zij zal ook even wat boodschappen doen en dan zien we elkaar bij de auto weer. Prima dit. Ik shop een mandje vol met lekkers voor de komende drie dagen, en dan staan we tegelijk weer buiten. Kletsend rijden we terug naar de huisjes. Sylvia werkt doordeweeks vanuit huis, als ze niet op op pad is voor haar werk. Ik hoop dat ik haar internetverbinding niet kill zeg.

Zo, tijd om de kachel weer op te stoken. De sneeuw dwarrelt lustig naar beneden, de lucht is grauw, maar lijkt open te trekken. Binnen in mijn bungalow is het heerlijk warm. Ik lees boeken, zing mee met alle nummers die ik op mijn nas thuis kan vinden (streaming gaat prima!), doe de afwas, slurp chocolademelk en koffie met slagroom. Zo nu en dan maak ik een foto van het uitzicht en kijk wat er op Instagram allemaal gebeurt. In Nederland is het ook koud, valt me op. Nouja, hier geen boodschap aan.

Tegen elven klaart het op, dus ga ik lekker wandelen. Ik neem dit keer de spikes wel mee en doe ze gelijk onderaan bij de carport om mijn schoenen. Zonder die dingen kwam ik hier echt geen meter weg. Ik loop nu het pad door de vallei af, naar het dorp. Bij de splitsing (die Gabelung) kies ik het pad rechts omhoog. Niet alleen is daar nu het meeste zon, ook leidt dat me denk ik boven het centrum langs, en dat geeft me mooi uitzicht. Na een aantal meters flink omhoog, met fijn uitzicht het dal in, bereik ik kering in het pad. Ik besluit rechtdoor te gaan. Er volgt een ruiterpad naar links. Dat wil ik nog niet nemen. Ik wandel nog een stuk verder. Helaas. Daar ligt een fikse boom dwars over het pad. Na enkele grappige foto’s van mij met de wegversperring keer ik maar om. Ik neem toch het ruiterpad naar beneden en beland zo in de buitenwijkjes van het dorp.

Daar stuit ik op de noordzijde van de Fröbelstrasse. Ha! Die moest ik nog hebben. Het is wat moeilijk om hier met het straatnaambordje op de foto te gaan, want er staat een auto voor geparkeerd, en het lijkt erop dat de eigenaresse net een paar meter verderop haar stoep staat schoon te maken. Het is onduidelijk dat ik mezelf met het bordje aan het fotograferen ben, en dus moet het wel zo lijken alsof ik op haar auto uit ben. Yeah. Plausibel.

Ik wandel de weg af naar beneden en kom precies bij de supermarkt uit. Ik heb alles al; ik hoef er niet nog eens heen. Ik loop naar rechts, de doorgaande weg verder af, tot ik een bordje met ‘Helsa – ortsmitte’ zie staan. Dat volg ik. Inderdaad kom ik in de dorpskern uit: een netwerk van kleine keienstraatjes met rijen scheve vakwerkhuisjes. Het is prachtig en lief. Je zou hier zo een film kunnen opnemen, als je de auto’s en de verkeersborden wegdenkt.

Ik ben nu benieuwd of ik ook het tweedehandswinkeltje vinden kan. Ik steek de straat over en zie het daadwerkelijk liggen. Leuk. Omdat zo’n eigenaresse toch waarschijnlijk zit te wachten op klandizie stap ik goed gemutst binnen. Inderdaad. Ze vindt het leuk dat er iemand is, en verontschuldigt zich voor de rommeltjes in haar winkel. Ik vind het prachtig. Wel moet ik vrijwel gelijk weer vertrekken, want het is half twee en zij moet haar kind van school halen. Dus gaat de winkel een uurtje dicht. Ik ga daar niet op wachten, dus ik maak een snel praatje met haar, bedank haar en ga weer op weg.

Bijna loop ik pardoes het dorp uit, naar het volgende dorp – maar ik weet nog net terug te keren. Terug naar het huisje dan maar. Ik behoef geen kaart – ik weet waar ik ben. Rustig loop ik weer door de woonwijkjes terug, en trek mijn spikes weer aan zodra ik de besneeuwde vallei bereik. Enkele meters het bos in kruist een vos vlug mijn pad. Wat mooi. Bij het huisje gekomen staat Sylvia de stenen trap sneeuwvrij te maken. Ik groet haar en wandel door naar mijn voordeur. Ha, daar is de kat weer.

Ik houd mijn warme kleren aan en maak het me gemakkelijk op de zitzak buiten. De kat komt bij me zitten. Het is nog niet heel aangenaam in de zon, dus ik ga maar weer naar binnen. De kat komt onder mijn raam zitten. Hij kan wel tegen de kou, en als ik hem even naar binnen doe, is hij erg ontdaan. Ik laat hem gelijk door de voordeur het huisje weer verlaten. Daarna blijft hij op de veranda zitten, zich wel bewust van mijn aanwezigheid.

Mijn lummeldag gaat weer verder. Ik post foto’s, lees, internet, maak mijn avondeten klaar, drink een biertje, chat met mensen. Regel wat voor Pro Deo. Het kan allemaal, maar er is zo veel tijd, en zo weinig dat hoeft. Heerlijk. En dan het uitzicht. Even naar buiten kijken en je weet weer, waarom wonen in de bergen (dit zijn heuvels, soit) zo machtig mooi is.

Volgens de weersaanduiding moet het ’s avonds nog helder worden, maar dat doet het niet. De maan laat zich vluchtig even zien, tussen dikke plukken wolken door. Ik ben verkleumd en wil niet wachten op die kortstondige momenten, dat ik even het dal kan fotograferen. Ook is er door al die bewolking geen ster aan de hemel te zien. Nee, ik pak mijn statief en camera op, en ga naar binnen. Lekker onder de wol.