Zaterdag

De volgende ochtend moeten de Australiër en ik beiden uitchecken, dus we ontbijten samen en hij zit nog even op mijn kamer terwijl ik mijn tas inpak. Ik geef hem mijn busticket, want ik heb het niet meer nodig nu ik alleen nog maar naar het station hoef te lopen. Ik ga tegen elf uur. Er zal een internationale trein komen die direct naar Venetië rijdt. Hartstikke handig, toch?

Om elf uur zestien is de trein er zoals beloofd. Maar: hij zit mudjevol, en ik heb geen zitplaatsreservering. Dan zet ik me maar tussen twee wagons op het balkon, samen met een meisje dat een aparte rugzak draagt en een vrolijke gele bloem in haar haar heeft. Net wil ik op de vloer gaan zitten, als een man van buiten de deur opentrekt en naar binnen wil. Ik zucht. Gaat dit de komende vijf uur tot Venetië zo door? Dan kan ik beter niet met deze trein mee…

Ik hak de knoop door en zeg tegen niemand in het bijzonder ‘Tis mooi, ik stap uit.’ Ik loop onder het perron door en stap zonder omhaal in de stoptrein naar Verona. Zo. Zitplaats, airconditioning, en tijd zat vandaag.

Na een uurtje stoppen we ergens op Rovereto. Eerlijk gezegd ben ik best suf van al die zonovergoten stationnetjes en het slome reistempo. Gelukkig komt er leven in de brouwerij: de deuren schuiven open en daar is het meisje met de leuke tas. Haar gezicht staat op onweer.

Wat bedremmeld vraagt ze of de stoel tegenover mij vrij is en laat zich erin ploffen. Ik vraag haar wat er is. Ze blijkt prima Engels te kunnen spreken. Ze vertelt dat ze in de sneltrein zat, maar dat ze eruit is gezet omdat men haar ticket ongeldig vond. Ze laat het me zien: volgens mij mag ze daarmee prima in een sneltrein reizen. Ze is verbolgen over de behandeling die ze haar gaven. Ik zeg dat ze nu tenminste een zitplaats en airco heeft en haar gezicht klaart wat op. Dan wijs ik haar op haar leuke tas: een grijze rugzak met opvallende oranje rubberen stekels. Ze vertelt waar ze hem gekocht heeft, en hoezeer ze houdt van leuke, geeky dingetjes.

Daarna vertelt ze verder over hoe ze in het algemeen houdt van computers, geeky stuff, kostuums, en retro spullen. Ik laat haar lekker vertellen, en vertel af en toe wat terug over de kostuums en spullen die ik heb. Ik heb nog een foto van Castlefest op mijn telefoon en toon haar die. Ze is helemaal verrukt over de jurk. Ze blijkt ook mooi te kunnen tekenen, dus we wisselen Deviantart-adressen uit. Op Verona zwaait ze gedag, want nu moet ze in een stoptrein verder naar een nabijgelegen plaats.

Ik ga naar het perron waarop al gauw een aansluitende trein naar Venetië op binnenzoeft. Dit is geen regionale trein maar een echte Frecciarossa. Ruime stoelen, airco, geen internet, maar wel een realtime kaartje met de actuele locatie en de snelheid van de trein. Ik plak me tegen het raam en tuur over de velden noordwaards, zie de verhitte dorpjes voorbijzoeven in de namiddagzon. Een baby huilt, een bedelares komt voorbij – ik merk het niet. Zo bereiken we Venetië Santa Lucia.

Ik stap uit, maak een selfie met het bord, en loop linksom het station uit. Dat blijkt de snelste weg – ware het wel dat die door een naar urine stinkend steegje gaat. Dan val ik midden in de chaos van schreeuwerige toeristen en straatverkopers bij een hitte van dertig graden. Gelukkig kom ik net uitgerust uit een frisse trein, dus ik stap stevig door. Ik weet niet meer precies hoe de busboten precies werken, wel dat ze duur zijn, dus ik ga lopend naar het hostel. Even een brug over, een steegje door… pfoei, al bijna raak ik verdwaald. Kom aan bij de kade waar toch echt hostel L’Imbarcadero zou moeten zitten. Zo’n gebouw geven ze toch duidelijk aan? Waar is het uithangbord?

Na drie keer heen en terug langs een nauw steegje spot ik daar het bordje ‘Calle Zen’. Hé. Dat is de straatnaam. Ik wandel de koelte in en ga gelijk rechts een poortje door, een donkere trap op… en kom bovenaan bij een deur. Jawel, dit etablissement heet L’Imbarcadero. Mooi. Ik bel aan en word toegeroepen door een stem in een plat Londens accent. De deur gaat open en voor me staat een zomers gekleed meisje dat bij de Spice Girls niet misstaan had. Ze haast zich terug naar haar klapstoel achter een wiebelig bureautje en werkt driftig alle nieuwe inschrijvingen af. Ik ben overdonderd.

Ik ben aanbeland in een oud Venetiaans huis – aan de opgang te zien duidelijk een oude bediendenwoning behorende bij een groter huis dat haar deuren direct aan de kade heeft. Dit huis heeft een kleine hal en keuken. Vooraan, met ramen die uitzicht bieden op de kade, is een gedeelde slaapkamer met wel acht bedden. Er zitten jongens gitaar te spelen. Het keukentje is klein maar knus. Verderop de gang in, naar de achterkant van het huis, zie ik allemaal zijdeuren. Zo nu en dan loopt er een meisje in of uit. Is dit een hostel?

Het Londense meisje checkt me in en voorziet me van een stadsplattegrond (maar goed dat ik die nog niet gekocht had voor drie hele euro’s). Ze wijst alles aan, met als belangrijkste pleisterplaatsen wel de supermarkt en de busbootstop. Voor de rest weet ik nog wel waar alles ligt – ik ben ten slotte al voor de derde keer in Venetië. Ze troont me mee naar mijn kamer, direct in de gang na de badkamer. Ik deel mijn vierpersoonskamers vanavond met twee Aziatisch uitziende meisjes. Eén ervan blijkt echter Amerikaans. Ze ligt breeduit op bed te slapen en zet haar allerliefste gezicht op als ik me vlug voorstel.

De kamer heeft overduidelijk geen slot. Ik krijg een Ikea-lockertje toegewezen waar mijn rugzak nét over dwars in past. Aanvankelijk vind ik dit nog maar een raar hostel, waar dieven zo in en uit kunnen lopen, maar die mening verandert na een paar dagen wel. Dit huis aan de Calle Zen ligt zo goed verstopt, en is bovendien continu bezet door oplettende jongeren die precies lijken te weten wie er wel en niet woont. Als je je waardevolle spullen maar in je locker houdt, komt er verder geen kip dit kasteel binnen.

Ik maak een wandelingetje naar de supermarkt, verdwaal, haal eten, en verdwaal weer. Eten en drinken is hier grappig; ’s middags drinkt iedereen droge witte wijn uit een literpak. ’s Avonds gaan we over op bier. Zo zit ik ’s avonds aan de kade met mijn eBook, lezend met een biertje naast me. Het is donker, de vleermuizen cirkelen onder de straatlantaarns, het is rustig en mooi. Het water klotst tegen de kade, er komen overvolle busboten voorbijgespoed, afgewisseld door kleine snelle bootjes die amper een rood en een groen lichtje dragen. We zitten direct aan een driesprong, dus elke keer als de snelle busboot 4.1 of 4.2 een krappe bocht het kanaal op of af maakt, toetert hij luid. Maar daar wen je aan. Ik ga die avond prettig slapen.