Go west

Vrijdag: bijtijds van werk weg, met de laatste snel gefixte props voor mijn Thor-kostuum: rode armpads, waar eigenlijk nog zilverkleurige schildjes op moeten. Ik heb ze gemaakt van een rood afgeknipt kindershirt. Goed genoeg.

Ik kom thuis en probeer alles in te pakken. Ik heb zoals gewoonlijk een paklijst, maar die is verre van compleet (met name omdat ik nu niet de standaard dingen moet hebben). Ik pas mijn kostuum aan, keur de staat van compleetheid goed, en trek het uit om het in te pakken. De rode armpaddings laat ik maar zonder schildjes, want die zijn nog net niet droog, en tricky om vast te plakken op de stof. Het is veel te snel zes uur, tijd om richting treinstation te gaan. Katten gedagzeggen, rugzak om, hamer Mjolnir met een karabijnhaakje aan mijn tas, en gaan. Het is een lekker warme zomeravond. De zon gaat onder terwijl ik naar het station fiets.

Fiets in de stationsstalling, op de trein naar het westen. Zoals vroeger, denk ik melancholisch. Ik kom ook precies om 21:07 aan, zoals vroeger toen ik nog wekelijks reisde op het traject Dieren-Den Haag. Ter ere daarvan nodig ik vroegere vriend Jelle uit om even snel gedag te zeggen, maar hij kan helaas vanavond niet.

Onderweg naar Den Haag Centraal en kom in gesprek met een aardige jongen – vooral om de hamer die al de hele reis op mijn tafeltje heeft gelegen. Ik moet een uur wachten op de bus, dus ik loop even een rondje over de Turfmarkt, waar ik het pand van Colour Digital terugvind. Hier was 13 jaar geleden mijn werk. Ik gluur naar binnen en zie door de vuile ramen, dat het een rommel is. De ijzeren brug boven de werkvloer is afgebroken, de enorme printers en bindmachines zijn weg. Het lijkt nog wel gisteren… en ook weer niet. De ruimte lijkt ook veel kleiner dan toen. Er hangt een bord op de ruit, dat Colour Digital vanaf oktober aan de Herengracht kantoor houdt. Ik loop de Fluwelen Burgwal af naar de nieuwe locatie, me onderwijl afvragend welke oktober dan bedoeld wordt. Dit jaar? Vorig jaar? Ik wandel precies de route die ik ooit fietste, destijds met een tekeningenkoker op mijn rug en kunstgeschiedenisboeken onder de snelbinder. Altijd gehaast om van mijn werk naar de KABK te komen, iets verderop aan de Prinsessegracht.

Na het ontwijken van wat toeristen en zwervers bereik ik het nieuwe pandje van Colour Digital – een donkere pijpenla. Tot mijn verbazing staat het eveneens leeg. Ja, het was 13 jaar geleden. Er is inmiddels veel gebeurd. Waarom zouden ze hierheen verhuisd zijn? Er is inmiddels een half uurtje voorbij en het wordt tijd dat ik mijn reis vervolg. Ik loop nog even naar de voordeuren van de KABK en gluur eveneens weer naar binnen. Lang, lang geleden… Ik ga even pinnen aan de Bezuidenhoutsweg en loop weer naar het station. Nog wat dralen rond de stationspiano, waar muzikanten en dromers gepassioneerd wegroffelen op de toetsen, en ik ga naar mijn bus.

Nu, leermomentje. Waarom je bij een advies van 9292 nooit af moet gaan op de kleinste hoeveelheid overstaps, maar op de kortste reistijd. Ik had allang in Noordwijkerhout kunnen zijn als ik met wat meer switchen over Leiden was gegaan, duh.

Ik stap in de bus en merk dat ik nog een uur op deze lijn zit. Oh, gelukkig is het niet de misselijkmakende bergpas van Trento naar Tione, maar een zwierige rit door het lommerrijke Wassenaar, Katwijk en Noordwijk. Ik vergaap me aan de statige panden met lappen voor- en achtertuin. Hier verpoost de beau monde van Nederland. Ik niet.

Eindelijk, 23.15, mijn halte. Ik weet met goed giswerk en een feilloos kompasgevoel het huis van mijn Airbnb-host te vinden. Ik word vriendelijk ontvangen, krijg sleutels voor fiets en voordeur, wifi-password, en trek me dan terug op mijn kamer.

Een mooie lange dag

De volgende ochtend zoek ik mijn ontbijt bij elkaar. Mijn gastheer had aangegeven het klaar te leggen, maar hij is vroeg vertrokken en op het aanrecht bespeur ik niets. Dus weet ik zelf uit vriezer en kastjes wat brood, beleg en koffie bij elkaar te scharrelen, en I’m good to go. Ik leg een briefje neer met de vraag of ik een Android-lader mag lenen, want m’n telefoon is bijna op en ik ben m’n lader vergeten. Terwijl ik nog even boven ben hoor ik mijn gastheer beneden rondlopen.

Een uurtje later is dat allemaal geregeld, en na een vriendelijk gesprekje vertrek ik dan gekostumeerd en wel naar Lisse. Zodra ik de wijk uitfiets word ik al nagestaard door dorpsbewoners die kennelijk nog nooit een vrouwelijke Thor op een fiets hebben gezien. Ik roep ze vriendelijk wat toe en zwaai hier en daar met mijn hamer. Dan bereik ik de buitenwegen, alwaar ik ook zwaai naar boeren op tractors. Het is een zonnige ochtend. Met maar 1x verkeerd bereik ik de juiste weg naar Lisse en rijd zo een half uurtje langs de vaart. Onderweg kom ik wielrenners en dagjesmensen tegen. Ze zwaaien allemaal vrolijk terug en smeken me of ik alsjeblieft niet wil slaan. Echt leuk.

Ik zie de festivaltenten al van verre en weet op aanwijzingen van mijn gastheer snel bij het terrein te komen. Ik zet mijn fiets weg en wil de weg oversteken naar de ingang, als ik word toegeschreeuwd. ‘HEIDI!’ Ik kijk om en zie daar Ros staan, klasgenoot van 13 jaar geleden, die ik altijd nog eens terug wou zien. Bij deze dan! We praten die 13 jaar in 5 minuten bij en lopen onderwijl naar het terrein.

Castlefest, zaterdag

Ik word tegen een uur of negen wakker. Michiel en Martijn hebben beloofd me naar Almere te brengen en zullen over twee uurtjes klaarstaan.

Tot mijn genoegen zitten we allemaal rond een uur of tien voor onze tenten, heeft Marianne koffie, en Mariska bolletjes met hartig en zoet beleg. De aanloop naar de Turret is eindeloos. Iedereen vergaapt zich aan de witte, dodelijke robot. Hij kan ook meer en meer. Yvo zit er als een havik bij en vertelt in prachtig steenkolenengels aan iedereen hoe het ding ontwikkeld is. Onderwijl laat hij zien hoe de schalen in- en uitklappen en hoe de robot pijltjes schiet. ‘Kan hij ook praten?’ wordt ons vaak gevraagd. Nee, dat kan Turret nog niet. Maar we hopen op maandagavond, en dan zal ik niet te beroerd zijn om wat toepasselijke uitspraken in te spreken met een stemvervormer.

Ondertussen wordt het tijd om in te pakken. Ik moet creatief zijn met mijn tassen, en hier laten wat ik niet nodig heb. Mijn tent zetten we vast met een paar extra haringen en een scheerlijntje links en rechts. Als het nu niet belachelijk hard gaat waaien staat die tent er zondagavond gewoon nog. Iets na elven heb ik mijn bepakking compleet. Ik heb nauwelijks dubbele kleding mee. We lopen naar de auto, ik vergeet nog wat, en dan lopen we nogmaals naar de auto terwijl het inmiddels regent. Oei, mijn beschilderde tas geeft af. Mijn handen zitten vol met groene vlekken. Dat is niet erg handig. Inmiddels bericht mijn AirBnB me of ik er al aankom, want ze moeten zelf zo weg. Oei, dat lukt me niet. Ik stuur terug dat ik er nog wel 1,5 uur over doe. Dat had ik beter kunnen plannen.

Vanaf Almere pak ik zonder nadenken de Sprinter naar Schiphol. Dat is niet bepaald handig, merk ik al gauw. We boemelen traag op ons doel af. Op elk station blijven we tergend lang staan. Overstappen op een Intercity kan ook niet meer. Pech dan maar, ik hoef niet heel vroeg op Castlefest te zijn. Vanaf Schiphol wil ik de Q-Liner 361 pakken, maar die gaat pas weer over drie kwartier. Hulde aan internet overal: ik weet een snellere route te vinden die me via Sassenheim naar Lisse brengt.

Tegen twee uur ben ik eindelijk bij mijn AirBnB. De aanwijzingen zijn simpel, toch wat vreemd voor het keurige buurtje met gezinswoningen waarin ik me nu bevind: ‘pak de sleutel uit de linkerkant van de brievenbus – hij zit vastgeplakt met plakband’. Nou, en of. Ik peuter de sleutel los en zorg dat hij niet direct naar binnen valt. In huis ligt op tafel netjes een welkomstbriefje klaar en boven in mijn slaapkamer steekt mijn sleutel in het slot. Hèhe, wat een avontuur weer! Gelukkig was ik al half gekleed als Maria von Trapp, en wie verdenkt zo iemand er nou van dat ze inbreekt in iemands huis?

Ik stal mijn spullen uit in mijn slaapkamer en ik kleed me om naar Maria von Trapp. Gitaartje mee, tas mee, en lopen maar. Tegen half drie ben ik op het terrein van Castlefest. De ingang is verplaatst, en we moeten ver omlopen. Gelukkig word ik gelijk na binnenkomst beloond met een eerste ontmoeting: Jildou en haar Zweedse gasten. We zeggen hallo, bewonderen elkaars outfits, en dan ga ik naar de Folk stage op zoek naar Paul.

Even sta ik stil voor ik de dansende menigte. Onbewust dwaalt mijn blik af naar een persoon in een groene kiel, in het gras rechts van me. Hij kijkt niet op, houdt zijn blik strak op zijn telefoon. Ach… , wie mij kent, weet wel wie ik daar zie. Ik zeg maar niets, en loop door.

In het publiek voor de Folk stage kom ik eerst Lenny tegen. Leuk! Iets houdt me echter tegen heel uitbundig vrolijk tegen haar te doen, en ik volg mijn gevoel. Paul ziet ons en komt erbij staan. We groeten Lenny gedag en lopen getweeën verder.

Zo struinen we heel de dag de velden over. Er is veel bij te praten, en dat kan prima terwijl we van kraam naar kraam zwermen. Flarden verhaal wordena afgewisseld door anekdotes, gekke opmerkingen, veel gelach en natuurlijk veel knuffels. We kopen leuke kleine dingen, ik koop in een opwelling een leren hoedje, we eten lekkere vleesspiezen en highlandersteaks.

Tegen acht uur in de avond betrekt de lucht. ‘I have confidence in sunshine, I have confidence in rain, … I have confidence in rain, in rain in rain!’ zing ik uitgelaten. Paul snoert me de mond en beweert dat ik het slechte weer aanroep. Een zware donkere wolk kondigt inderdaad regen aan. Als de eerste drupjes vallen gaan Paul en ik schuilen in een grote boekentent. Binnen no time valt de regen met bakken uit de lucht. Paul leent mijn poncho en gaat de tent uit, zodat hij het aansteken van de Wickerman kan zien. Dat is voor hem een speciaal moment.

Ik blijf in de boekentent en geniet van drop en muffins die uitgedeeld worden. Als de Wickerman brandt schuif ik een tentje op en kan ik de vlammen boven de tenten uit zien komen. Toch brandt hij niet zo lang en uitbundig dit jaar. Dat het ook precies tegen acht uur begon met regenen! Volgens mij is dat een slecht voorteken voor het thema van dit jaar, ‘fertility’! Jammer voor alle Wickerman-fans die zo hoopten op meer van dat, dit jaar. Volgens mij gunde de natuur het ze niet!

Na de regen lopen Paul en ik weer rustig verder over het terrein. Het is sterk afgekoeld en ik ben blij dat ik een vestje bij me heb. We lopen nog wat rondjes, halen een fles dennenmede, en zetten ons in het gras. Een jaar aan persoonlijke groei en ervaringen passeert de revue. We breken een tweede fles dennenmede aan. Na twaalven worden we van het terrein af gebezemd. Tijd om richting Lisse te wandelen en lekker mijn bed in te gaan.

Castlefest, zondag

Ik word om half negen wakker, maar oef! Wat heeft die dennenmede erin gehakt. De hoofdpijn blijft uit, maar ik heb een suf gevoel in mijn hoofd, en een zogenaamd dood vogeltje in mijn mond. Ik ga maar eens douchen en dan naar beneden voor het ontbijt.

Jan-Pieter, de gastheer, heeft een uitgebreid ontbijtje voor me neergezet. Warme broodjes, koffie, vruchtensap. We praten er vrolijk op los. Zijn vrouw Gwen is er niet vanwege familieaangelegenheden, maar dat mag niet deren. Na een uurtje komen ook de andere gasten, een Fins stel, naar beneden. Zij ontbijten net na mij. Ik ga inpakken en maak me klaar voor nog een dagje rondlopen.

Met een extra rugtas en een papieren tasje met mijn gitaar verlaat ik het huis. Het is alweer lekker zonnig weer. Vandaag loop ik in gemakkelijke kleren. Ik wilde nog een korset aandoen, maar Paul moet me helpen bij het sluiten. En met dat korset kan ik erg moeilijk naar het toilet, plus ik ben nog steeds wat duf, dus… die blijft lekker in de tas. Er lopen al zoveel dames met korsetten (passend en niet passend) rond, dat hoef ik niet te doen.

Bij de ingang wacht ik op Paul. Hij moet zelf ook van tent wisselen, want zijn kampeermaatje is vervroegd van Castlefest weggegaan. Het duurt even, maar daar is hij. Hij moet eerst naar de parkeerplaats, daarna zal hij mijn tassen in zijn gedeelde tent leggen. Ik vind het best, het is niet zwaar, dus ik loop er wel even mee het terrein over. Bij de kraampjes kijk ik naar leuke dingetjes. Sommige spulletjes vind ik geweldig origineel, van andere denk ik ‘dat kan ik ook zelf maken’. Blij dat ik dat van mijn ouders heb meegekregen. Met naaimachine, soldeerbout en protoplast kom ik aan alles voor een prikje. Sorry standhouders, maar ik kijk jullie ideetjes af en maak het zelf. Ooit.

Bij leerbewerking trek ik de streep, trouwens. Dat heb ik in februari geprobeerd, een heel klein buideltje maar, maar dat werd wel handwerk. Ik zou het niet graag herhalen voor grotere projecten. Vandaar ook de aankoop van de mooie vagabond hat, die ik vandaag vol trots draag.

Paul appt me dat hij bij de Village stage wil gaan dansen. Zuchtend trek ik hem digitaal aan zijn oor. Hij zou toch mijn tassen in zijn tent leggen, wat is dat nou! Hij komt zijn afspraak gelukkig na, en met een kwartiertje ben ik van mijn ballast af. Waar die blijft is overigens onduidelijk. Ik vertrouw er gewoon op dat alles in iemands tent ligt, en dat die iemand niet besluit het uit haar tent te knikkeren, te verkopen, of kapot te maken. Best vreemde manier van vertrouwen, maar zo werkt het dit weekend wel.

We lopen verder, doen wat kraampjes aan, doen een balfolk workshopje, waarbij ik eindelijk wat leuke variaties in de Jig leer. We komen allerlei mensen tegen, genieten van wat eten, wat drinken, muziek, en elkaars gezelschap. Tegen zessen vind ik het wel genoeg geweest. Tijd om terug te gaan naar mijn andere vrienden, die net zo veel lol hebben op een ander grasveld in Zeewolde!

Ik neem afscheid van Paul en laat hem mijn tassen van de camping ophalen. Als hij weg is kom ik Joost tegen, avontuurlijke Joost met woest wapperend lang haar die net twee dagen mijn Instagram-follower is. ‘Hee Joost!’ toeter ik. Het blijkt hem echt te zijn, en hij en Paul blijken ook al ergens met elkaar gepraat te hebben. Altijd gezellig. Joost en ik lopen samen naar de parkeerplaats en praten wat met elkaar. Dan wordt het voor mij tijd om op de bus te stappen. Maar waar gaat die eigenlijk?

Ik loop een eind Lisse in, niet naar mijn AirBnB, maar naar het centrum. Inderdaad, ergens, helemaal aan de andere kant, komt de Q-Liner. Een meisje genaamd Jaimy zit al in de schaduw wachten. Na een half uur wachten en opkijken bij elk gemotoriseerd voertuig dat voorbijzoeft komt onze bus eraan. We raken aan de praat en kwebbelen tot Schiphol over onze dag op Castlefest, en mijn verdere bezoek aan SHA. Dan zeggen we gedag en gaan ons weegs.

Ik stap op de Intercity naar Almere en kom dit maal netjes op afgesproken tijd aan. Michiel staat me al op te wachten, jeej, wat een service! We zoeven terug naar SHA, terwijl de zon ondergaat over de poldervelden.

Mijn TkkrLabbers zijn blij om me terug te zien. Ik heb wel heel wat gemist. Ik doe nog een rondje over het veld en neem gelijk mijn tandenborstel mee, zodat ik ergens vast even kan tandenpoetsen. Ik nader de toiletblokken in het Scandinavische kampement. Midden op hun veld staat uiteraard een Finse ton-sauna. Precies een geval als ik had verwacht dat ze daar zouden plaatsen. Er lopen halfnaakte mannen in en uit alsof het de gewoonste zaak van de hele wereld is.

Een ranke, langharige jongen met schitterende lichtblauwe ogen vergezelt me bij de wasbak. Ik vraag hem of hij Fins is, omdat hij absoluut niet opkijkt van al die naaktloperij hier. Dat is hij niet; hij heet Brett, is Australisch, en bezoekt al jaren Europese hackerfestivals. Nu heeft hij zich gevestigd in Zuid-Holland en gaat daar een jaar lang werken bij een opleidingsinstituut waarvan ik de naam kwijtraak. We babbelen nog wat door, ik verdrink meerdere malen in zijn stralende blauwe ogen, en uiteindelijk loop ik weer terug naar mijn tent. Brett heeft beloofd mijn village morgen even op te zoeken. We zullen zien.

Ik pak me deze avond aardig in en ga relatief vroeg slapen.