De aanloop naar SHA

De voorbereidingen van Still Hacking Anyway en Castlefest zijn zachtst gezegd weer uitgebreid te noemen. Aanvankelijk is het helemaal niet mijn idee om naar SHA te gaan. Ook Castlefest staat nog niet op mijn agenda, al had ik natuurlijk kunnen weten dat dat elk jaar rond 3 augustus is.

Op een goede dinsdagavond zitten we allemaal in de TkkrLab space. Er wordt gepraat over SHA. Of ik meega? Ik ben het niet van plan. De voorbereidingen van mijn bezoek aan Evanescence in Genève staan het hoogst op mijn planning. Ik zeg daarom nee.

De jongens blijven aandringen, maar waarschuwen me dat de reguliere kaartjes al lang uitverkocht zijn. ‘Ach’ denk ik ‘dat is nooiet écht zo. Ik pols Attilla eens. Hij is organisatie, en vanaf de eerste minuut voorstander dat ik SHA bezoek. We praten eens over een ticket. Ik breng in, dat mijn reisje naar Zwitserland al genoeg kost. Hij weet daar financieel mooi een mouw aan te passen. Vijf minuten later heb ik een ticket. Victory.

Even daarna bevestig ik mijn deelname aan het evenement op Facebook. Het verschijnt op mijn tijdlijn, waarna een vriend reageert ‘Je gaat toch ook wel naar Castlefest, hè?’ Uh oh. Ik ga de data na. Ja, dat valt precies in hetzelfde weekend. Oh, hoe ga ik dat nu doen?

Mijn brein slaat weer aan het pruttelen, en binnen tien minuten heb ik mijn plan gesmeed. Ik koop een weekendpassepartout voor Castlefest en reserveer een ietwat prijzige AirBnB in het hart van Lisse. Ik ga gewoon naar allebei!

Dan wordt het tijd om me echt voor te bereiden. Natuurlijk ga ik gekostumeerd naar Castlefest. Ik beraad me een paar weken, dan maak ik de keus: het wordt Maria Von Trapp (Sound of Music) voor zaterdag, en Fuchsia (Sinfest) voor de zondag. In de avonden en weekenden die volgen scharrel ik mijn kleding en props bij elkaar. Ik vind een perfecte jurk bij Koopjeshuis Mago voor maar 6 euro. Klein probleem: hij is maat 36. Ik laat hem bij Chaplin verstellen voor een schappelijk bedrag. Het kostuum raakt compleet met een kindergitaartje, waar ik zelf een band aan maak met dank aan Remekers fournituren. Die marktkoopman begint tegenwoordig al te lachen als hij me ziet, zoveel gekke projecten heb ik. De hoed koop ik bij de C&A, strip ik van zijn originele versierselen, en verf ik in de juiste egale kleur. Ook smeer ik de rand in met Mod Podge, zodat die stijf blijft staan. Mijn eerste exemplaar, dat hier ook prima geschikt voor zou zijn geweest, is namelijk na enkele regenbuien in Zwitserland verworden tot een slappe flapperige strohoed. Omdat deze hoed aardig vermaakt moet worden, ben ik maar vanaf nul begonnen.

Zo, voor Maria von Trapp heb ik alles in de laatste week compleet. Fuchsia schiet echter nog helemaal niet op, en de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik er ook weinig aan doe. Het is gewoon te onoverzichtelijk en te veel. Een boek dat draagbaar moet zijn, een roze duivelsstaart, hoorntjes, een felroze omslagdoek… dat lukt me niet meer op tijd. Dus ergens in de laatste week besluit ik dat dit kostuum niet doorgaat en dat ik op zondag gewoon mijn eigen kloffie draag.

Op donderdagavond skip ik voor de tweede maal theatersport om in te pakken. Omdat mijn reguliere paklijst niet voorziet voor kampeeruitjes moet ik van alles verzinnen – en vooral niet vergeten. Gelukkig kan ik alles dat ik in de weken voorbereiding bedenk bijschrijven op mijn paklijst. Ik kan gewoon niet zonder.

Met frisse tegenzin ga ik slapen voor de vrijdag van vertrek…

Op weg naar SHA

De vrijdag begint rond een uur of zeven. Ik moet nog allerlei kleine dingetjes doen aan mijn gitaar, alsook nog de helft inpakken. Dat laatste is zo’n saaie routine geworden, dat ik het tegenwoordig als het even kan uitstel tot de dag van vertrek. Ik ken mezelf.

Tegen negen uur heb ik inzicht in de nog benodigde tijd, en app ik Yvo, die mij naar SHA zal rijden. Om tien uur meldt hij dat hij net wakker is. Inmiddels heeft nieuws ons bereikt dat men het doek van de partytent vergeten is – of wij iets mee willen nemen? Yvo wil zijn Turret (vijandelijke schietende robot uit het spel Portal) zonder pardon droog hebben staan, dus hij zet koers naar een winkel om een nieuwe partytent te kopen. Terwijl ik verder inpak en mezelf fatsoeneer denk ik ‘partytenten zijn áltijd een hekel punt aan het begin van een gezamenlijk kampeeruitje. Daar zou iemand eens iets op moeten verzinnen’. Zuchtend ga ik verder met mijn bezigheden.

Even na elven ben ik klaar. Yvo stuurt me een foto van een ingepakte aanhanger. Hij woont aan het einde van mijn straat, dus binnen een minuutje is hij bij me. We laden al mijn koffers bij in de bak en we rijden door naar Govert. Ook die woont in de buurt. Hij staat gelukkig al klaar als we onze combinatie netjes inparkeren voor zijn huis. We kunnen op weg!

Het ritje naar Zeewolde duurt iets langer dan normaal. Met onze aanhanger kunnen we namelijk maar maximaal 90 rijden. Dat merk je wel, als je ritjes naar Deventer of Utrecht onbewust gewend bent. Eindeloos lijkt de snelweg. Gelukkig hoef ik niet op te letten. Ik lees op de achterbank mijn Harry Potter fanfiction en luister met een half oor naar hoe Yvo en Govert briljante, vergezochte, en simpelweg geniale grapjes met elkaar maken. Af en toe kijk ik achterom naar de aahanger. Het is gek om al mijn waardevolle bezittingen in een aangekoppelde kar achter mijn eigen vervoermiddel te hebben. Ik kan het kwijtraken. Dit is een graadje onvoorzichtiger dan ik normaliter ben. Maar er staat me nog genoeg te wachten…

Op het terrein van SHA mogen we niet zonder meer naar ons kampement rijden. We moeten parkeren op een groot wuivend grasveld aan de overkant van de weg. We rollen de auto met aanhanger ergens in de achterste rij, we pakken onze belangrijkste tassen, en beginnen dan maar met lopen. De rest van de gevulde aanhanger laten we gewoon achter op het veld. Een volgende bezoeker parkeert zijn bus naast ons en zwaait vriendelijk. Is dit hoe het gaat? Laten we in vol vertrouwen onze waar onbeheerd achter? Ja, dat doen we.

We stiefelen tien minuten braaf door over een hobbelig zandpad. We passeren de entree, ontvangen ons polsbandje, en zoeken ons veldje op. Hehe, eerst even naar de wc. Als ik terugkom beramen we een plan om een golfkarretje te reserveren voor onze bagage. Echter, dat gaat moeilijk. De wachtrij is lang en ondanks connecties hier en daar komen we niet sneller aan de beurt.

Dan komt er een jongen met de naam Thomas voorbijscheuren. Zijn golfkar is leeg en hij gaat richting entree. Mogen we mee? ‘Spring d’r maar in, ik ga mijn telefoonkabel uit de auto halen!’ Hebben wij even geluk. Hij zoeft ons hobbelend en slingerend naar het parkeerveld. ‘Als je snel bent, kan ik jullie aanhanger wel mee terugnemen?’ Dat laten we ons geen twee keer vertellen. Ik sta er wat verbaasd bij te kijken. Jawel, een golfkarretje kan een complete aanhanger trekken! We koppelen aan, en met iets meer beleid dan op de heenweg scheuren we terug naar het kamp. Yvo mag voorin zitten met de Turret op schoot, Michiel, Martijn en ik houden ons vast achter in het bakje. Dit is prima vervoer, en zie eens hoe snel al onze bagage bij de tenten is! Hier hadden we minstens vier keer voor moeten lopen.

We zetten allemaal onze tenten op en maken het ons gemakkelijk. We missen de openingsspeech, maar dat maakt niet echt uit. Ik heb hoofdpijn en wil eigenlijk direct gaan slapen, maar het is pas vroeg in de avond.

Ik vermaak me de rest van de tijd met het rondlopen over het veld en het bekijken van andermans installaties, foodtrucks, en natuurlijk onze Pixelflut-installatie in de bar.

Laat op de avond loop ik met mijn tandenborsteltje heen en weer, pak me warm in, en ga slapen. Eens zien wat morgen brengt.

Castlefest, zaterdag

Ik word tegen een uur of negen wakker. Michiel en Martijn hebben beloofd me naar Almere te brengen en zullen over twee uurtjes klaarstaan.

Tot mijn genoegen zitten we allemaal rond een uur of tien voor onze tenten, heeft Marianne koffie, en Mariska bolletjes met hartig en zoet beleg. De aanloop naar de Turret is eindeloos. Iedereen vergaapt zich aan de witte, dodelijke robot. Hij kan ook meer en meer. Yvo zit er als een havik bij en vertelt in prachtig steenkolenengels aan iedereen hoe het ding ontwikkeld is. Onderwijl laat hij zien hoe de schalen in- en uitklappen en hoe de robot pijltjes schiet. ‘Kan hij ook praten?’ wordt ons vaak gevraagd. Nee, dat kan Turret nog niet. Maar we hopen op maandagavond, en dan zal ik niet te beroerd zijn om wat toepasselijke uitspraken in te spreken met een stemvervormer.

Ondertussen wordt het tijd om in te pakken. Ik moet creatief zijn met mijn tassen, en hier laten wat ik niet nodig heb. Mijn tent zetten we vast met een paar extra haringen en een scheerlijntje links en rechts. Als het nu niet belachelijk hard gaat waaien staat die tent er zondagavond gewoon nog. Iets na elven heb ik mijn bepakking compleet. Ik heb nauwelijks dubbele kleding mee. We lopen naar de auto, ik vergeet nog wat, en dan lopen we nogmaals naar de auto terwijl het inmiddels regent. Oei, mijn beschilderde tas geeft af. Mijn handen zitten vol met groene vlekken. Dat is niet erg handig. Inmiddels bericht mijn AirBnB me of ik er al aankom, want ze moeten zelf zo weg. Oei, dat lukt me niet. Ik stuur terug dat ik er nog wel 1,5 uur over doe. Dat had ik beter kunnen plannen.

Vanaf Almere pak ik zonder nadenken de Sprinter naar Schiphol. Dat is niet bepaald handig, merk ik al gauw. We boemelen traag op ons doel af. Op elk station blijven we tergend lang staan. Overstappen op een Intercity kan ook niet meer. Pech dan maar, ik hoef niet heel vroeg op Castlefest te zijn. Vanaf Schiphol wil ik de Q-Liner 361 pakken, maar die gaat pas weer over drie kwartier. Hulde aan internet overal: ik weet een snellere route te vinden die me via Sassenheim naar Lisse brengt.

Tegen twee uur ben ik eindelijk bij mijn AirBnB. De aanwijzingen zijn simpel, toch wat vreemd voor het keurige buurtje met gezinswoningen waarin ik me nu bevind: ‘pak de sleutel uit de linkerkant van de brievenbus – hij zit vastgeplakt met plakband’. Nou, en of. Ik peuter de sleutel los en zorg dat hij niet direct naar binnen valt. In huis ligt op tafel netjes een welkomstbriefje klaar en boven in mijn slaapkamer steekt mijn sleutel in het slot. Hèhe, wat een avontuur weer! Gelukkig was ik al half gekleed als Maria von Trapp, en wie verdenkt zo iemand er nou van dat ze inbreekt in iemands huis?

Ik stal mijn spullen uit in mijn slaapkamer en ik kleed me om naar Maria von Trapp. Gitaartje mee, tas mee, en lopen maar. Tegen half drie ben ik op het terrein van Castlefest. De ingang is verplaatst, en we moeten ver omlopen. Gelukkig word ik gelijk na binnenkomst beloond met een eerste ontmoeting: Jildou en haar Zweedse gasten. We zeggen hallo, bewonderen elkaars outfits, en dan ga ik naar de Folk stage op zoek naar Paul.

Even sta ik stil voor ik de dansende menigte. Onbewust dwaalt mijn blik af naar een persoon in een groene kiel, in het gras rechts van me. Hij kijkt niet op, houdt zijn blik strak op zijn telefoon. Ach… , wie mij kent, weet wel wie ik daar zie. Ik zeg maar niets, en loop door.

In het publiek voor de Folk stage kom ik eerst Lenny tegen. Leuk! Iets houdt me echter tegen heel uitbundig vrolijk tegen haar te doen, en ik volg mijn gevoel. Paul ziet ons en komt erbij staan. We groeten Lenny gedag en lopen getweeën verder.

Zo struinen we heel de dag de velden over. Er is veel bij te praten, en dat kan prima terwijl we van kraam naar kraam zwermen. Flarden verhaal wordena afgewisseld door anekdotes, gekke opmerkingen, veel gelach en natuurlijk veel knuffels. We kopen leuke kleine dingen, ik koop in een opwelling een leren hoedje, we eten lekkere vleesspiezen en highlandersteaks.

Tegen acht uur in de avond betrekt de lucht. ‘I have confidence in sunshine, I have confidence in rain, … I have confidence in rain, in rain in rain!’ zing ik uitgelaten. Paul snoert me de mond en beweert dat ik het slechte weer aanroep. Een zware donkere wolk kondigt inderdaad regen aan. Als de eerste drupjes vallen gaan Paul en ik schuilen in een grote boekentent. Binnen no time valt de regen met bakken uit de lucht. Paul leent mijn poncho en gaat de tent uit, zodat hij het aansteken van de Wickerman kan zien. Dat is voor hem een speciaal moment.

Ik blijf in de boekentent en geniet van drop en muffins die uitgedeeld worden. Als de Wickerman brandt schuif ik een tentje op en kan ik de vlammen boven de tenten uit zien komen. Toch brandt hij niet zo lang en uitbundig dit jaar. Dat het ook precies tegen acht uur begon met regenen! Volgens mij is dat een slecht voorteken voor het thema van dit jaar, ‘fertility’! Jammer voor alle Wickerman-fans die zo hoopten op meer van dat, dit jaar. Volgens mij gunde de natuur het ze niet!

Na de regen lopen Paul en ik weer rustig verder over het terrein. Het is sterk afgekoeld en ik ben blij dat ik een vestje bij me heb. We lopen nog wat rondjes, halen een fles dennenmede, en zetten ons in het gras. Een jaar aan persoonlijke groei en ervaringen passeert de revue. We breken een tweede fles dennenmede aan. Na twaalven worden we van het terrein af gebezemd. Tijd om richting Lisse te wandelen en lekker mijn bed in te gaan.

Castlefest, zondag

Ik word om half negen wakker, maar oef! Wat heeft die dennenmede erin gehakt. De hoofdpijn blijft uit, maar ik heb een suf gevoel in mijn hoofd, en een zogenaamd dood vogeltje in mijn mond. Ik ga maar eens douchen en dan naar beneden voor het ontbijt.

Jan-Pieter, de gastheer, heeft een uitgebreid ontbijtje voor me neergezet. Warme broodjes, koffie, vruchtensap. We praten er vrolijk op los. Zijn vrouw Gwen is er niet vanwege familieaangelegenheden, maar dat mag niet deren. Na een uurtje komen ook de andere gasten, een Fins stel, naar beneden. Zij ontbijten net na mij. Ik ga inpakken en maak me klaar voor nog een dagje rondlopen.

Met een extra rugtas en een papieren tasje met mijn gitaar verlaat ik het huis. Het is alweer lekker zonnig weer. Vandaag loop ik in gemakkelijke kleren. Ik wilde nog een korset aandoen, maar Paul moet me helpen bij het sluiten. En met dat korset kan ik erg moeilijk naar het toilet, plus ik ben nog steeds wat duf, dus… die blijft lekker in de tas. Er lopen al zoveel dames met korsetten (passend en niet passend) rond, dat hoef ik niet te doen.

Bij de ingang wacht ik op Paul. Hij moet zelf ook van tent wisselen, want zijn kampeermaatje is vervroegd van Castlefest weggegaan. Het duurt even, maar daar is hij. Hij moet eerst naar de parkeerplaats, daarna zal hij mijn tassen in zijn gedeelde tent leggen. Ik vind het best, het is niet zwaar, dus ik loop er wel even mee het terrein over. Bij de kraampjes kijk ik naar leuke dingetjes. Sommige spulletjes vind ik geweldig origineel, van andere denk ik ‘dat kan ik ook zelf maken’. Blij dat ik dat van mijn ouders heb meegekregen. Met naaimachine, soldeerbout en protoplast kom ik aan alles voor een prikje. Sorry standhouders, maar ik kijk jullie ideetjes af en maak het zelf. Ooit.

Bij leerbewerking trek ik de streep, trouwens. Dat heb ik in februari geprobeerd, een heel klein buideltje maar, maar dat werd wel handwerk. Ik zou het niet graag herhalen voor grotere projecten. Vandaar ook de aankoop van de mooie vagabond hat, die ik vandaag vol trots draag.

Paul appt me dat hij bij de Village stage wil gaan dansen. Zuchtend trek ik hem digitaal aan zijn oor. Hij zou toch mijn tassen in zijn tent leggen, wat is dat nou! Hij komt zijn afspraak gelukkig na, en met een kwartiertje ben ik van mijn ballast af. Waar die blijft is overigens onduidelijk. Ik vertrouw er gewoon op dat alles in iemands tent ligt, en dat die iemand niet besluit het uit haar tent te knikkeren, te verkopen, of kapot te maken. Best vreemde manier van vertrouwen, maar zo werkt het dit weekend wel.

We lopen verder, doen wat kraampjes aan, doen een balfolk workshopje, waarbij ik eindelijk wat leuke variaties in de Jig leer. We komen allerlei mensen tegen, genieten van wat eten, wat drinken, muziek, en elkaars gezelschap. Tegen zessen vind ik het wel genoeg geweest. Tijd om terug te gaan naar mijn andere vrienden, die net zo veel lol hebben op een ander grasveld in Zeewolde!

Ik neem afscheid van Paul en laat hem mijn tassen van de camping ophalen. Als hij weg is kom ik Joost tegen, avontuurlijke Joost met woest wapperend lang haar die net twee dagen mijn Instagram-follower is. ‘Hee Joost!’ toeter ik. Het blijkt hem echt te zijn, en hij en Paul blijken ook al ergens met elkaar gepraat te hebben. Altijd gezellig. Joost en ik lopen samen naar de parkeerplaats en praten wat met elkaar. Dan wordt het voor mij tijd om op de bus te stappen. Maar waar gaat die eigenlijk?

Ik loop een eind Lisse in, niet naar mijn AirBnB, maar naar het centrum. Inderdaad, ergens, helemaal aan de andere kant, komt de Q-Liner. Een meisje genaamd Jaimy zit al in de schaduw wachten. Na een half uur wachten en opkijken bij elk gemotoriseerd voertuig dat voorbijzoeft komt onze bus eraan. We raken aan de praat en kwebbelen tot Schiphol over onze dag op Castlefest, en mijn verdere bezoek aan SHA. Dan zeggen we gedag en gaan ons weegs.

Ik stap op de Intercity naar Almere en kom dit maal netjes op afgesproken tijd aan. Michiel staat me al op te wachten, jeej, wat een service! We zoeven terug naar SHA, terwijl de zon ondergaat over de poldervelden.

Mijn TkkrLabbers zijn blij om me terug te zien. Ik heb wel heel wat gemist. Ik doe nog een rondje over het veld en neem gelijk mijn tandenborstel mee, zodat ik ergens vast even kan tandenpoetsen. Ik nader de toiletblokken in het Scandinavische kampement. Midden op hun veld staat uiteraard een Finse ton-sauna. Precies een geval als ik had verwacht dat ze daar zouden plaatsen. Er lopen halfnaakte mannen in en uit alsof het de gewoonste zaak van de hele wereld is.

Een ranke, langharige jongen met schitterende lichtblauwe ogen vergezelt me bij de wasbak. Ik vraag hem of hij Fins is, omdat hij absoluut niet opkijkt van al die naaktloperij hier. Dat is hij niet; hij heet Brett, is Australisch, en bezoekt al jaren Europese hackerfestivals. Nu heeft hij zich gevestigd in Zuid-Holland en gaat daar een jaar lang werken bij een opleidingsinstituut waarvan ik de naam kwijtraak. We babbelen nog wat door, ik verdrink meerdere malen in zijn stralende blauwe ogen, en uiteindelijk loop ik weer terug naar mijn tent. Brett heeft beloofd mijn village morgen even op te zoeken. We zullen zien.

Ik pak me deze avond aardig in en ga relatief vroeg slapen.

Sha-maandag

Okee, toegegeven, dat was een woordgrapje.

Wakkerworden is vandaag niet het moeilijkste punt. Daarvoor moet ik wellicht even wat vertellen over slapen op SHA, of gewoon op ieder festival met zoveel licht en geluid.

’s Nachts gaan de leds en de electronische muziekjes aan, lopen mensen rond, en genieten ze van elkaars projecten. Hoe feller en luider, hoe beter. Ook al is er een regel dat het na twaalf uur stil moet zijn, van her en der op het veld hoor je nog monotone beats, geflankeerd door lichtorgels in alle kleuren van de regenboog. De experimenten met de vier vlammenwerpers bovenop de toren, vijftien meter van mijn tent, heb ik nog niet eens genoemd. Met hun kenmerkende ‘DOFF DOFF’-geluid bij elk shot, en de oranje vlammen die ze uitbraken, heb je het idee dat er een compleet nest draken het op je tentje voorzien heeft.

Slapen voor vier uur ’s nachts betekent je draai vinden in een zo donker mogelijke richting en vooral alles negeren dat buiten je tent voorbijkomt. Echt donker wordt het sowieso niet. Koud wel.

Als ik mijn ogen voor de eerste keer open hoor ik stemmen van Thijs en een onbekend persoon naast mijn tent. Ik lig half in foetushouding, want het behoorlijk koud, ook al heb ik een merinotrui, een fleecejack, een legging en een paar sokken aan in mijn slaapzak. ‘Hoe laat is het?’ vraag ik Thijs. ‘Vijf uur vijfenvijftig.’ ‘Oh.’ ‘Hoe was het op Castlefest?’ ‘Uhh… niet nu?’ Duf draai ik me om en probeer weer in slaap te komen voor die laatste paar uurtjes. Het is nu wel relatief lekker rustig op het veld, daar moet ik van profiteren.

Tegen negen uur word ik weer wakker, nu door de zon die langzaam op mijn tent begint te branden. Op zo’n moment weet je het met kamperen: je moet als de wiedeweerga uit je superwarme kleren, voordat je wegzweet. Ik rits mijn slaaptent open richting vestibule en laat het doorwaaien. De zon wordt snel branderig vervelend. Hop, alles achter op mijn bed, kleren aan, ontbijten en tandenpoetsen.

Ik ontbijt met een ziplockje vol verse pasta van de AH. In het zakje, en in de waterkoker, doe je water, tot het halverwege level staat. Dan zet je de waterkoker zo’n driemaal achter elkaar aan. Klaar is de pasta, geen gedoe. Niet voor dagelijks gebruik, ik zeg het je.

Sneaky begeef ik me naar de vrijwilligerstent, waar ik een bakje koffie inschenk. Als iemand klaagt, zeg ik wel dat mijn naam nog op het bord staat voor het moppen van de vrijwilligerskeuken op vrijdagavond. Niemand vraagt me wat, dus ik kan weer terug. Koffie, pasta, het ontbijt is compleet. Er zitten inmiddels al wat meer mensen rond de tent.

Na het ontbijt trek ik me terug in mijn slaaptent. Yvo prutst aan zijn Turret. Ik hoor vervelende geluiden in de trant van ‘aah’ ‘kapot’ en ‘nog meer kapot’. Als ik na een tijdje weer buiten kom, blijkt dat de Turret te lijden heeft gehad onder zijn Chinese onderdelen. Al gauw doet alleen het oog het nog, verder is hij vleugellam. Jammer. Ondanks dat komen er nog genoeg mensen kijken naar ons lief uitziende, maar dodelijke robotje.

Ik besluit voor vandaag eens te zien of ik een stukje kan programmeren aan de badge. Ik ben ten slotte toch developer, ik wil wat bijdragen. Alles is in Python, en er staat een hele codebase  klaar, what could go wrong?

Eerst maar eens de ledjes op mijn badge solderen. Dat gaat me niet erg goed af. Thijs is inmiddels weer wakker en hersoldeert de ledjes zodat ze iets netter zitten. De trilmotor achterop lukt me wel goed. De ledjes gaan echter nog steeds niet aan, welk appje ik ook probeer. Thijs en ik lopen naar de Badge-bar, waar Bas en Frans zitten te solderen aan hun badges. Bas wil wel even kijken of alle ledjes goed aangestuurd worden. ‘De tweede is kaduuk’ constateert hij. We gaan even langs opperhoofd Jeroen en krijgen van hem een nieuw ledje. Terug bij de tent doet Thijs zijn best om het stukke ledje er voor mij af te krijgen (want ik ben beter met een desoldeerbout, dan met desoldeerlint) en dan kan ik de nieuwe erop zetten. En jawel! De nyanserv app toont mij dat alle (serieel geschakelde) ledjes nu werken! Blij dat ik ben.

Nu de ontwikkelomgeving. De zon staat intussen hoog aan de hemel. Ik wissel naar een dunner shirt dat mijn schouders beter bedekt en ik rits mijn broekspijpen af. Om mij heen smeren mijn nerds zich driftig in met dikke lagen zonnebrandcrème, maar tevergeefs. Na een paar uur ziet iedereen zo rood als een kreeft. Ergens tussen mijn kindertijd en nu ben ik daar toch resistent tegen geworden, want ik voel het wanneer ik verbrand, dek de kritieke stukken huid af, en vanaf dat moment word ik alleen maar keurig bruin als een baguette uit de oven.

Omdat ik graag een zandbak wil voor mijn programmeerwerk probeer ik de emulator te installeren. Dat lukt niet. Thijs probeert me te helpen maar komt er ook niet uit. Renze kan me waarschijnlijk beter helpen, maar als ik die mijn laptop afsta ben ik hem voor een uur kwijt en snap ik daarna nog niet wat er allemaal aan verbeterd is. Ik wil het zelf doen. Dus ga ik naar de Badge bar en probeer een SHA Angel neer te flaggen. Diverse jongens helpen me met de error die ik bij de installatie krijg. Niemand weet het. Dan gaat eentje wat rondvragen op IRC, en jawel, er komt een patch in een pull request. ‘Even wachten tot de merge’ zegt hij, maar ik maan hem in de pull request te kijken. Het is maar 1 regel in 1 file, dus… juistem. Er is gewoon iets uitgecomment dat tijdens de installatie niet heel noodzakelijk is. Ik wacht niet op de fix, maar voeg de regel zelf toe, en hops, alles installeert. Ik bedank de jongen en vraag me af wat ik nu kan. De emulator is niet zo goed als de badge zelf, bovendien heeft een andere jongen me net uitgelegd dat ik gewoon mijn app (eggs genaamd) in de hatchery kan zetten als onbruikbaar, dan wordt hij direct beschikbaar op  mijn badge. Zo gezegd, zo gedaan.

Met de code direct live in de hatchery ontwikkel ik verder. Ik ga een Magic 8-Ball maken. Ik steel code uit andere projectjes en maak een mooie setup. Hij werkt nog niet, maar het begin is er. Ik ben al heel trots op mezelf als ik aan het einde van de middag een net appje heb staan, dat zijn eigen naam toont, en je weer terug laat gaan naar het hoofdmenu als je op Start drukt.

In de middag komt een journaliste van Trouw langs. Ze ziet onze Turret en is gelijk geïnteresseerd. Ze komt bij ons zitten en vraagt Yvo honderduit over de bouw van het ding. Daarna flagt ze haar fotograaf down en wil ze graag dat we allemaal op de foto gaan. Yvo wil niet, maar anderen van TkkrLab wel, dus we scharen ons rond het ding met laptops op schoot, en laten zien hoeveel plezier we hebben. De journalisten verlaten ons weer, en een camerateam dient zich aan. Wie wil er even een stukje rijden op de Klippan-bank op wieltjes? Niet iedere hacker wil in de media, maar ik wel. Ik hop snel op de bank en draai een eindje het pad op, terwijl Leroy stuurt. Ik kan niet achterhalen van welke zender de cameraman is, maar dat blijkt later dus de NOS te zijn. Jawel, aan het begin van de rapportage over SHA zie je mij op een rijdende bank voorbijkomen.

Die rijdende bank is trouwens niet het enige. Gesitueerd aan het hoofdpad zien wij van alles voorbijkomen. De trage, grappige bank, die heel de dag van links naar rechts voorbijsukkelt, wordt al gauw ingehaald door een rijdende fauteuil, en een snel rijdend keukenstoeltje. In de avond komt er nog een complete Kartent voorbij…

Ondertussen vertoont de badge allemaal kuren, maar dat is wel grappig. Ik besluit even te stoppen met ontwikkelen voor vandaag. We zitten allemaal opeengepropt in de schaduw onder de partytent waar de Turret in woont. Leroy komt links en rechts voorbij zoeven op de bank. De skottelbraai wordt aangeslingerd en we eten lekker gebraden vlees met salades. Nadien komt de taart op tafel die voor Leroy’s elfde verjaardag is gemaakt.

De avond valt nu snel, je merkt het direct wanneer de zon achter de bomen verdwenen is. De kou trekt op en het wordt onmiddellijk tijd voor twee extra laagjes wol. Ik warm weer op en zit nog wat bij de tent met een beker thee. Yvo miept over zijn Turret, en dat hij morgen naar huis toe wil. Hij voelt zich ook niet erg fit, dus ik geef hem gelijk. Punt is wel dat ik met hem mee terug rijd, dus ik moet ook inpakken morgen. Ik had net extra vrij gevraagd, dat blijkt nu voor niets. Ach ach.

Ondertussen regel ik met Attilla dat Paul morgen nog een dagje over het terrein mag komen lopen. Geheel kostenloos, zelfs zonder badge of wat. Hij komt er wel in, en anders moet ik maar even bellen. Okee…

Omdat dit voor ons de laatste avond is, wil ik niet vroeg naar bed. Gelukkig hoeft dat ook niet: opeens staat Brett met een vriend genaamd Arne voor onze tent. Ze blijven even naar de Turret kijken, dan pak ik een beker thee mee en vergezel ze over het terrein. Na een ruime ronde plus een mindboggling lezing over ingewikkelde monotone geluiden ga ik tandenpoetsen en terug naar mijn tent. Echter, daar kom ik Aschwin tegen. Hij wil ook nog niet slapen. Okee, dan gaan we nog even een rondje doen. We lopen helemaal langs de space uit Wuppertal en komen daar Michiel tegen, die bij een soort vuurplaats zit te kletsen. Je mag geen open vuur op SHA hebben, en terecht. Maar een hoop zand, of een bak water, met daarin een gasslang gepropt, geeft leuke, gecontroleerde vuureffecten, en dat mag dan weer wel. Hacken, hè?

We lopen met zijn allen verder naar de tent waar gisteren nog Arne en Brett in zaten. Ik tref ze er niet aan. Helaas. Ik doe nog een ronde langs de maintenten, speel nog een paar potjes tube tag mee met Renze, op het kruispunt. Kom buiten de bartent nog een nieuweling uit ons kamp tegen. Hij begint aardig, maar na amper vijf minuten luisteren hoe goed en geweldig hij is en hoeveel geluk hij heeft gehad in de wereld, taai ik af. Ik had mijn arrogantiespray niet bij me. Echter, hij wandelt mee naar de tent, dus ik kuch besmuikt dat ik nog moet tandenpoetsen, en schud hem af. Nog langer luisteren naar zijn egocentrische heldenverhalen zou me echt te veel worden.

Eindelijk mijn bed in. Nu hopelijk warmer dan gisteren. Ik heb een matje mylar oftewel emergency-blanket onder mijn luchtbed liggen, om de optrekkende kou te weren. Noem het gek, maar het werkt uitstekend. Ik houd het warm vannacht.

Tijd om te gaan

Vandaag gaan we inpakken. Wel is Paul nog onderweg naar mij toe. Dus ik pak vast een beetje in, help Yvo zijn tent afbreken, en ga dan Paul ophalen. Samen met Paul pak ik eerst verder in, want tegen 13:00 kan het gaan regenen. De tenten moeten droog mee. Het lukt om alles in te pakken. Wat al weg kan, leggen we in de aanhanger, met een zeil erover. Een losse tas en Pauls spullen kunnen onder de tafel in ons kamp.

We gaan naar de maintent, want ik moet nog munten opmaken. Dat is niet moeilijk met een alleseter als Paul aan je zij. Hij heeft voor mij op Castlefest aardig wat betaald, dus ik return de favor en we gaan wat snacktentjes af. Dan begint het langzaam te druppelen. Wachtend voor Pauls bakje eten doen we even een dansje, tot hilariteit van andere bezoekers.

Terug bij de tent wil men net naar de lezing over de badge toe. Okee, die wil ik ook wel even zien. Paul en ik zitten per ongeluk net in de verkeerde tent, maar we weten door de regen over te steken naar de juiste tent. Ondertussen appt Yvo dat hij na deze lezing zo snel mogelijk weg wil. Ik vind het goed.

De badge is echt een heldenverhaal an sich. Echt, de video daarvan  moet de moeite waard zijn. We zitten de lezing helemaal uit tot aan het vragenrondje, en lopen dan terug naar het kampement. Het is weer een beetje droog, maar we zijn blij dat alles ingepakt is en klaarstaat. Yvo, Govert en ik zijn compleet. Ik neem afscheid van Paul en gedrieën lopen we naar de auto. Vroem, met 90 terug naar Enschede…