Dinsdag, de trein naar huis

Tegen half acht word ik wakker in mijn kajuit. Ik ben thuis erg gewend aan wakkerworden met mijn wakeup-light, dus dit is wat vreemd voor me. Door het kleine patrijspoortje schuin naast mijn bed zie ik het water kabbelen.

Ik kom rustig uit bed, maak een rondje toilet en trek wat warms aan. Het is niet koud, maar het is wel najaar. En ik zit nog wel eventjes stil hier voor mijn ontbijt. Alles staat gelukkig in en rondom het koelkastje. Ik eet een kommetje muesli met jam om het te zoeten. Dan kijk ik op Youtube een filmpje hoe een caffè presso werkt. Ah, zo dus. Met waterkoker en de koffie-unit weet ik een prima bakje te zetten. Ik ben niet erg moeilijk over koffie, dat zeg ik wel.

Bert heeft me gisteravond nog geappt dat hij goed thuis aan is gekomen, en inmiddels is hij alweer met de auto onderweg naar elders. Ik neem wat berichtjes van mensen door, maak nog wat fotootjes van mijn schattige onderkomen, en pak dan mijn tassen in. Ik app Els, opdat ze weet dat ik in alle stilte wel aan het inpakken ben. Zij moet ook nog bijtijds weg vandaag.

Zo, om tien uur ben ik klaar met alles. Ik sleep mijn fietsje weer het trappetje op en klop bij Els aan haar woonkamerdeur. Ze is verheugd me weer te zien. We praten een tijdje met elkaar, over leven en over hoe zaken gebeuren – op hun tijd – of je het nu wil of niet. We wensen elkaar een goede dag. Ik fiets in het ochtendgloren de Weesperzijde weer af naar het Amstelstation. Hoewel ik het laatste stukje niet meer weet sta ik er plotseling toch opeens voor. Zo, op de trein naar huis.

De sprinter brengt me wederom naar Duivendrecht. Ik heb helemaal niet opgelet welke treinen op elkaar aansloten, omdat ik niet precies wist hoe lang ik er over zou fietsen van boot naar station. Nu heb ik een boemeltje dat nét de aansluiting op Duivendrecht mist, maar dat geeft me wel de gelegenheid daar even een verjaardagskaartje voor mijn oom te kopen.

Zo, op de trein naar Amersfoort. Daar moet ik nog één keer overstappen, en dan zit ik goed tot aan Enschede.

Op Apeldoorn appt Bert me. Of ik nog zin heb om te komen lunchen? Nou, dat lijkt me eigenlijk wel gezellig. Maar het is één uur, en ik moet om drie uur op mijn werk zijn! Ik voorzie dat dat gewoon niet gaat lukken. Ik beloof wel heel uitbundig te zwaaien, maar ik rijd wel door. Tegen twee uur ben ik in Enschede en kan ik na een rondje douchen en omkleden naar mijn werk. Dat waren twee leuke dagen!