Zaterdag

Het is 30 januari 2016. Na een mooie theatershow in het Vestzaktheater ben ik gaan slapen en ben om vier uur opgestaan. De katten zijn wat verward. Meisje drentelt mee, Max wordt nét wakker. Heel lief. De verfrommelde kat werkt zich uit zn doosje en ze eten hun voer alsof het een gewone ochtend is. Ik eet m’n ontbijt en pak verder in. Rustig alles doen, briefje schrijven voor Wilco en Evalie, katten knuffelen en dan om 6:18 de deur uit. Om 6:40 ben ik op het station. Ik koop twee kaartjes (waarvan 1 ongedateerd, terwijl ik wel door een hele routine van dag en tijd kiezen moet 🙁 ) die me naar en van Gronau brengen. Vanaf Gronau zit ik niet meer alleen, maar met een chatty zestal Nederlanders ietsje verderop. Ze gaan met de trein op skivakantie. Dit is een voorbode van wat nog komen gaat. Ze vertellen elkaar tenenkrommende verhalen doorspekt met allerlei foute informatie over internet, roaming, en alle moderniteiten waarvan zij slechts een fractie snappen.

Tussen Gronau en Dortmund val ik in slaap. Zo. We zijn op Dortmund. Ik loop gelijk naar beneden voor die befaamde ‘pottkaffee’ die ergens bij een stalletje onder het station te koop is. Perfect. Yes. Bij de Fish ’n Rail, met een Aziatisch dametje achter de balie. Met een veel te grote papieren beker en dus een sloot koffie kan ik weer verder. Waar ga ik de tijd doorbrengen tot mijn volgende trein vertrekt? Hé, het DB Reisezentrum. Een klein wachtbankje dat niet in lijn staat met de rij wachtenden biedt uitkomst. Ik zet mijn tas en mijzelf erop. Ik drink mijn koffie en wacht. Observeer de mensen. Het is half. Even naar de wc en dan naar Gleis 18. Ohjee. Ik kom boven aan en zie al op de borden dat er staat ‘wacht op omroepbericht’ (maar dan in het Duits uiteraard). Naja, er staat dus een ICE 625 en dat is niet die op mijn ticket, zoveel is duidelijk. Dat moet de 1223 zijn. Niet instappen dus. De 1223 rolt binnen op het spoor tegenover. Hoei. Ik geloof dat we zowaar ook nog op tijd vertrekken! Zou het? Jeps.

Ik ga zitten tegenover een meisje dat naar Warburg moet. Vanaf daar is mijn stoel gereserveerd, dus dan moet ik ook verkassen. Nu de vraag: hoe ver is Warburg. Volgens mij ergens halverwege. Mijn tas houdt zich tot dusver goed, maar het kopvak is wel zo schandalig klein dat alleen mijn travelticket en mijn boek erin passen. Hij wordt ook ingedrukt door het volumieuze hoofdvak. Al met al voelt deze tas nog niet bepaald als een verbetering, hoewel hij met zijn stevige losse rugpand wel beter op de rug ligt en minder zwaar aanvoelt.

We reizen langs van alles, Soest – ik sms Sander dat ik straal de verkeerde kant uit ben gegaan 😉 – internetpas gekocht met creditcard. Een Aziatische dame zit tegenover, een hoestende man schuin achter me. Nog een Aziatische dame komt binnen met een joekel van een koffer. Ze denkt die volgens mij even in het kopvak te gaan gooien. Eh? De ander wil haar niet helpen. Vlak voor Altenbeken is het mooi zeg.

Er stappen nieuwe mensen in. Mensen moeten langs de dame met de koffer, en ze weet hem vermoeid dwars onder twee stoelen te schuiven. Ze gaat weer zitten en valt op tafel in slaap. Een vrouw moet erbij, en dan een slechtziende vrouw. Die loopt met een rolstok en zeer dikke brillenglazen. We vertellen haar welke bordjes er hangen. Ze gaat met haar hele spul zitten op de plek waar de eerste dame zat, die prompt verhuist naar een stoel achter me. Wat een regie weer. Over een kwartiertje moet ik wisselen, want dan zijn we op Warburg. Einde aan de rust. Ik zit ondertussen een comicstory op te tekenen. Ik wissel van zitplaats en ga aan het einde van de coupé op de rolstoelbegeleidersplaats (jawel, drie keer woordwaarde!) zitten. Er komen mensen met kleine kindjes bij me zitten. Die slapen gelukkig snel. Ik Whatsapp met Simon en lees marketingblogs. Het landschap met mooie romantische heuvels glijdt aan me voorbij. Kitzingen heeft een scheve kerktoren. We suizen door. 14:00 op Nürnberg. 15:13 op München, zo gepland.

De kinders om me heen worden dreinerig. De eerste foto’svan de Global Game Jam stromen binnen. Het land rond München is weer vlak. Gaan we nog inlopen op onze aankomsttijd? Ik denk terug aan de laatste (tevens eerste) keer dat ik deze overstap maakte. Toen was ik samen met een dame die Klara heette – nagenoeg 30 minuten te laat, maar haalden we de trein nog nét. Gelukkig weet ik nu hoe het station eruit ziet. Het is een kopstation, en de enige manier om bij een ander spoor te komen, is door om de kop van het spoor heen te lopen. Ik moet van Gleis 22 (helemaal links) naar Gleis 13 (bijna helemaal rechts). Dat gaat lukken.

Nou, het is echt wel dik twaalf over voor we binnenrollen. Ik zet het op een hard rennen, want ik stap ergens aan het einde (nog niet eens onder de overkapping) uit. Huppeldiehuppel zoef ik tussen de slome kofferrollers door. Aan het eind ga ik rechts. Klopt nog precies! Ik weet nog hoe ik hier met Klara rende. De trein staat ook op precies hetzelfde perron als jaren geleden.

Ik heb nu zelfs tijd om even een winkeltje in te lopen. Helaas vind ik er geen groente behalve komkommer (blegh) maar wel een blikje tonijn en twee bifiworstjes. Dat is prima voor de eerste twee avonden. Ik zoek de trein weer op en loop bewust wat door tot ik nauwelijks gevulde stoelen zie. Ik zoek een stoel aan het begin uit en ga zitten. Toevallig blijkt van de twee stoelen er maar één gereserveerd te zijn. Ik kan blijven zitten. De trein is verder mudjevol. Ik zit aan het einde van de coupé, vlak naast de deur. Aan de andere kant is een fietsenrek. Het wordt volgezet met een mountainbike, een opgevouwen kinderwagen, en iets van vijf koffers. Zelfs naast mijn stoel wordt nog een koffer verstouwd, die eigenlijk het hele looppad ondoorgankelijk maakt. Ik bezet maar één plaatsje met mijn jas aan een haakje. Hoe is het mogelijk dat mensen zo veel meenemen?

Nog een paar uur… voor mijn gevoel zijn we er nu zo, maar dat is niet waar. Het is tegen 16:00 en om 19:00 ben ik pas in Bolzano. Christus te paard! Het lijkt wel Tetris! Erger dan in de zomer! Wat een koffers! Ik ben compleet ingebouwd en dan ligt boven me ook nog alles vol. We rijden uit München weg naar Rosenheim. Je ruikt dat men hier op hout stookt, wat lekker! Prachtige bergen vliegen links en rechts voorbij, na het platte land na München. Zijn we nu al over de Brenner heen? Prachtige zonsondergang. Ohja, dit weer. We gaan de Brenner over. De laatste keer dat ik hier was belde ik verheugd mijn moeder, die mijn euforie niet helemaal meekreeg omdat ze de beelden er niet bij zag. Het uitzicht is fenomenaal. Op Jenbach moet iedereen er plotseling uit (dat is kennelijk dus het splitsstation voor de ski-vallei). Het wordt een enorm gestouw in de gangen. Een jongen heeft zijn koffer naast mijn stoel gezet en daarom kan niemand met een grote koffer eruit. Het is een chaos. Prompt als iedereen eruit is komen er weer nieuwelingen binnen met nog grotere hutkoffers. En dan zijn er ook nog kinderen die in groepjes door de gangpaden stormen. We stoppen weer. Ha, we zijn bij Innsbruck.

De vorige keer ging ik eerst hier overnachten alvorens ik naar Bolzano ging. Dit keer hoeft dat niet. Gewoon door, in dezelfde trein. Al doende leert men. Is het alweer drie jaar geleden? Dat ik hier naar de jeugdherberg liep, yoghurt kocht onderweg, de weg vroeg aan een stel bakvissen. En alles? Drie jaar? Het voelt als gisteren.

We vertrekken laat uit Innsbruck omdat iemand kennelijk de deur gelockt heeft. De conducteur loopt te vloeken op niemand in het bijzonder. Tür schließen! brult hij. Inderdaad, we hoorden al vijf minuten een vervelend piepje. Opeens stoppen we weer. Iemand iets vergeten? Enfin, nu het andere Bahnhof nog, of niet? Het ontgaat me. Het ruikt nog steeds stevig naar gestookt hout. De lichtjes op de bergen zijn te zien. Over de weg boven me rijden auto’s. Hun koplampen schijnen tegen de bergwand. Het is nu stil in de trein, bijna rustig. Je kunt dus in één dag naar Verona komen, maar wat je daar moet doen, is me onduidelijk. Bolzano is veel leuker. Bovenop de berg zie ik nog een verdwaalde kerstboom. Ik geloof dat we bij Brixen zijn. Voor me zit een jongen met z’n vriendin of zus ofzo. Beide een laptop op het tafeltje. De jongen kijkt foto’s. Hola! Is dat een burlesque feestje of wát? De dames op zijn foto’s hebben niet veel kleren aan het lijf. Zijn ‘zus’ heeft niks door. Dude!

Nou, we zijn over de Brenner, maar er ligt nog steeds sneeuw. Ligt Bolzano gewoon lager of hebben ze het op de webcam in Bozen gewoon heel goed verborgen gehouden? Nog een uur, dan heb ik 12 uur en 31 minuten gereisd. we hebben de skifans nu wel afgeschud. Als ik nu al 12 uur reis met minimale overstaps, ben ik benieuwd hoe ik op de terugweg dat ga doen. Tja, het kan. Ik vertrek dan om half elf en kom om 22 uur ’s avonds aan.

De drietalige conductrice (verbazend toch) komt langs en even ben ik mijn ticket kwijt. Aaah! We dalen nu wel hard, m’n oren gaan dichtzitten. Franzensfeste. Kwartiertje later. Brixen. Het is 19:17. Ik ben er klaar mee. Nog 10 minuten. Ik bedenk me dat ik normalerwijs aan het einde van zo’n dag hoofdpijn zou hebben. Ik ben wat moe en zou wel een douche willen, maar verder voel ik me kiplekker. Hoera, Bolzano.

Ik stap uit, maak de verplichte selfie bij het bord, en wandel naar de jeugdherberg. Wat is het koud zeg! Ik heb hier wel eens in ander weer gelopen! Ik check in (bent u hier eerder geweest? Ja!) en ga naar mijn kamer. Het is stikjewarm daar. Uitruimen – voor de verandering pak ik eens mijn hele rugzak uit – ik blijf toch een week. Ik heb echt te veel kleren bij me. Ik ga naar beneden, regel een handdoek en ga me dus douchen. Dan wat op de bank hangen en eten koken. Ik voel me ver weg van de hele wereld, in de steek gelaten zelfs. Wat doe ik hier? Mezelf zoeken?

Ik ga redelijk vroeg slapen, half elf ofzo. Ik heb drie kamergenotes en ik ben de laatst aangekomene, dus genoodzaakt op het bovenbed te slapen. Maar slapen zal ik. Morgen ligt de wereld aan mijn voeten.