Donderdag

De tweede dag word ik vroeg wakker in mijn bovenbed. Eén van de meisjes heeft zich aan het bureau gezet en snijdt schijven ananas. Een weeïg zoete geur verspreidt zich door de kamer, zo naar – het lijkt bijna braaksel. Het meisje dat fruit eet ruimt de stukjes op en blijft vervolgens een kwartier lang op het toilet. Ik vraag me het één en ander af…  maar ik blijf maar liggen en denk aan het pakje wijn dat ik pardoes in de keuken heb laten staan. Zou iemand het weggegooid of opgeëist hebben? Ik sluip naar de keuken, maar die zit tegenwoordig tot 8 uur dicht.

Weer terug boven is het een drukte van jewelste in de kamer. Twee van de drie meisjes pakken hun tassen in. Het derde meisje hoort er niet echt bij. Ze was vanochtend al vroeg het bed uit om een sigaret te roken. Nu is ze terug en pakt met weinig woorden haar tassen in. Haar haar is vaal lichtblauw en ze lijkt duidelijk weinig op te hebben met haar kamergenotes. Arm ding. Moet dat nou zo. Over tien jaar wil ze gewoon een kortpittig kapsel en een gezinnetje, ik zeg het je.

Omdat niemand de badkamer nodig heeft ga ik lekker douchen. Tegen de tijd dat ik klaar ben zijn de drie dames ingepakt. Ik vraag wat ze vandaag gaan doen. ‘Naar de Erdpyramiden’ luidt het antwoord. Ik knik goedkeurend en vraag of dat alles is. Dat weten ze niet. Ik wijs ze uit het raam de locatie van het natuurwondertje aan en zeg dat je er wel aardig kunt wandelen. ‘Dat gaan we niet doen’ zegt één van de meisjes kortaf. Ik zeg dat ze er snel uitgewandeld zullen zijn, omdat het daarboven nou eenmaal niet zo groot is. Ze kijken me meewarig aan. Ze hebben vast een kordate akela die nog veel meer voor ze op de planning heeft. Maar nu gaan ze eerst weg, dus ik heb de kamer voor me alleen.

Ik bezet gelijk een onderbed en verhuis mijn spullen erheen. Dan strek ik me uit met laptop en telefoon (het voordeel van de tweede verdieping: retegoed internet) en ik plan mijn reis naar Venetië. Onderwijl komt de gezellige Italiaanse schoonmaakster over de bedden apekooien om alles af te ruimen. Vanavond zal ik weer nieuwe gasten hebben.

Ik ga even naar beneden en vraag of ik nog een nacht langer kan blijven. Oei, dat wordt moeilijk, er is geen plek meer vrij – behalve in een eenpersoonskamer. Het meisje weet morgenochtend of ze nog een vierpersoonskamer voor me heeft, en zo niet, dan krijg ik tegen kleine bijbetaling de eenpersoons. Ik ga naar de supermarkt en maak een vette salade met tonijn, om achter het hostel in de schaduw op te eten. Ik overpeins de perks van een eenpersoonskamer en besluit het gewoon eens te doen. Dus na mijn lunch sta ik weer aan de balie. Het meisje kijkt moeilijk. Een eenpersoonskamer heeft ze niet meer. Ik herinner haar eraan dat ik hier net ook al was en dat die toen wel beschikbaar was. Ze kijkt opeens helder en ritselt een briefje met mijn naam ergens vandaan. Jep, die kamer is er voor me. Nou, doe me die maar dan, vanaf morgen.

De rest van de dag breng ik door in Bolzano, in het stadspark. ’s Avonds kijk ik sterren in Ritten.