Zondag

Drie dagen wandel ik in Venetië rond. ’s Ochtends ontbijt in het hostel. Daarna wordt het snel warm en stikt het van de toeristen. Ik ga eerst alles wandelen, maar verdwaal veel. Ik zit wel lekker overal te lezen, aan rustige stukjes kade, in de schaduw. Vermijd de toeristen.

Ik ga een ochtend op het San Marco-plein naar de zonsopgang kijken, duiven voeren. ’s Middags naar het Lido met mijn waterdichte tas. Word raar aangestaard door andere toeristen die mij met tas en al het water in zien stappen. Tja, dat werkt gewoon jongens, en zo hoef ik mijn kostbare spullen niet op het strand te laten liggen.

’s Avonds ga ik aan de kade zitten lezen en met hostelgenoten praten. Ik ben nog steun en toeverlaat voor de meisjes die er werken en die te dealen hebben met allerlei gezellige en niet zo gezellige gasten. Ik hoor het aan…

De laatste ochtend laat ik mijn tas in de bagagekamer staan en ga nog naar een leuke kleine boekwinkel die ‘Acqua Alta’ heet. Ach, wel mooi. Ik ben maar net op tijd terug, lever mijn geleende sleutel in (uitcheckbeleid? da’s heel ruim hier) en ga bepakt op de boot naar San Basilio. Dat ik daar moet opstappen heb ik vernomen van een stewardess die het mij vertelde, toen ze nét voor mijn neus uit een watertaxi stapte. Ik was namelijk al een paar keer naar de havens gelopen, maar kon zo het kantoor van VeneziaLines niet vinden.

Dat je bij San Basilio moet zijn, staat nergens op internet. Gelukkig weet ik het nu. Ik ben er te vroeg, we moeten wachten in de zon. Strenge douanecontrole, net een luchthaven. Mijn tassen moeten in grijze bakken over rollerbanden. Gelukkig mag ik mijn rugtas meenemen op de boot, en zelfs bij me houden. Ik heb een ruim ‘VIP’ ticket geboekt en kan genieten van ruime rode leren banken, een gratis eerste drankje, géén radiomuziek (dat wordt om duistere redenen direct afgezet zodra het aanspringt), maar wel weer Bananasplit-video’s in het Kroatisch. Zo kom je die drie uur wel door. In de avond lopen we de haven van Pula binnen.