Dinsdag

De eerste avond in Pula moet ik bij een appartement in een buitenwijk zijn. De Airbnb-hostess heeft me gelukkig getipt dat ik bus 2 moet hebben. Busstops zijn hier niet zo duidelijk; het blijkt dat je gewoon moet weten welke lijn welke straat neemt, en dan bij een stop moet wachten. Er staan geen nummers of bordjes bij. Op goed geluk zie ik nadat ik gepind heb een bus 2a aan komen rijden, en spring erin. Helaas, de 200 Kuna – oftewel 28 euro – is te veel geld voor de buschauffeur. Ik heb niet kleiner en kijk zielig, dus ik mag gratis mee. De buschauffeur gooit me eruit bij Verudela 2. Ik ontwaar in het duister een heel park met enorme skyscrapers, waarvan ik weet dat mijn appartement in één ervan moet zijn.

Een dame met twee honden (een Deense dog en een Labradoedel) loopt voor me uit, en ziet dat ik geen idee heb waar ik heen moet. Ze stopt en helpt me. Ik laat haar de straatnaam en het nummer lezen. ‘Kom maar mee’ zegt ze en loodst me richting de flats, terwijl ze gezellig in gebroken Engels vertelt over haar honden. Plots, als we een klein buurthuisje passeren, schiet haar Labradoedel fel en woest op een andere hond af. De Dog laat dit niet op zich zitten en trekt er ook naar toe. Sterk als ze samen zijn, gooien ze de vrouw met een smak op de grond. Ik grijp snel de Labradoedel en help de vrouw opstaan. Ze gebaart me waar haar bril ligt en die geef ik ook. ‘Oh, gebeurt iedere avond’ zegt ze, terwijl ze het stof van haar kleren klopt. Ik ben verbaasd. Ze maakt nog een grapje met de mannen die bij het buurthuis op het terrras zitten en we lopen door.

‘Kijk hier is 27’ zegt ze me. ‘Welke naam moet je hebben?’ Verrek, dat weet ik niet. Maar ik kan bellen. Dat leg ik haar uit, en als ze ver verzekerd van is dat ik wel terechtkom, laat ze me achter. Ik bel Monica op, die aangeeft in de stad te zijn, maar haar ouders zullen me binnenlaten. Inderdaad, twee oude mensjes komen naar de deur. De papa spreekt Italiaans en gebroken Engels, de mama spreekt vrolijk gebroken Duits. Ze leiden me door het huis heen en laten me dan alleen achter in mijn slaapkamer. Ik heb aan de westkant een klein balkon, zo groot als bij mijzelf thuis, en als ik daar sta heb ik net draadloos internet van het bakkerijtje aan de overkant van de straat. Dat is ook serieus mijn internetverbinding, dus de komende dagen ben ik gedwongen op het balkon te zitten voor mijn verdere reisplannen.

Ik ga lekker slapen in het tweepersoonsbed. De papa en de mama slapen geloof ik op een uitklapbank in de woonkamer, maargoed – als dat de deal is, en ik betaal voor dit bed, dan ga ik er niet aan tornen.