Vrijdag

De volgende dag moet ik een tijdje wachten voor ik mijn eenpersoonskamer in kan. Daarna pak ik de trein naar Merano en ga ik met de bus naar Partschins. Dat slingert zo dat ik bijna wens om de trein terug te pakken. Anyway, ik ga naar het schrijfmachinemuseum dat me echt overweldigt. Drie verdiepingen vol met oude schrijfmachines. Als ik de ingang weer bereik praat ik nog wat met de lokettiste. Ze is onlangs in Bletchley geweest, vertelt ze, waar de coderingsmachines uit de oorlog staan. Heel interessant. Ik heb nog nooit van Bletchley gehoord, maar luister graag naar wat ze allemaal vertelt. Dan pak ik de bus weer naar Bolzano.

Zodra ik internetbereik heb stromen de WhatsAppjes binnen. In de Tkkrlabgroep verschijnen plaatjes. De jongens die naar een hackercamp in Londen zijn, zijn vandaag naar Bletchley geweest. Daar hebben ze coderingsmachines uit de oorlog bekeken…  ik sta paf van deze toevalligheid.

’s Avonds maak ik weer lekker pasta en drink wat wijn (die ik gelukkig heb kunnen confisceren en in mijn kamer bewaar – maar bij lange na niet op zal krijgen). Doordat ik redelijk laat eet en met een Duitser zit te praten ga ik niet op tijd naar boven naar Ritten. Daarom neem ik de Duitser maar mee naar het stadspark aan de Talfers, waar we samen in het gras gaan zitten en ik wederom vallende sterren spot. We lopen samen weer terug naar het hostel.

Daar zit op de bank een Duits schuchter meisje en een Australische jongen. We raken al gauw in gesprek en maken het nog aardig laat.