Woensdag

De volgende ochtend krijg ik keurig om negen uur ontbijt. Ik zat al op het balkon mijn reis uit te stippelen, als de zijdeur van het balkon openzwaait. Die papa begroet me vrolijk in een mengelmoesje van talen en nodigt me aan de ontbijttafel. Broodjes, beleg, en een typische Franse ‘bol’ met koffie en veel melk – ze doen hun uiterste best voor me. Ik vraag me af of ze hier ook normale koffie kennen, als ik die papa naast me neer zie strijken met precies zo’n heerlijk gewone mok vol zwarte koffie. Tja.

Na het ontbijt raden ze me aan om te gaan zwemmen in een baaitje in de buurt. Op loopafstand, wijst die mama. Oké. Eerst ga ik op zoek naar een supermarktje, en dat is veel dichterbij dan ik op de kaart heb gezien. Ergens tussen de afgebladderde lage flats heeft iemand gewoon een soort glimmende zilveren keet gedropt, waar zich een moderne supermarkt in bevindt. Kroatië, ja. Ik besluit stoutmoedig dat ik ingrediënten voor een koude salade meeneem, nog niet wetende of ik die mag bereiden of niet. Ook wat eten voor de rest van de middag.

Ik kom terug in het appartement. Die mama en die papa hebben lekker gezwommen, zeggen ze. Moet ik ook doen. Ik vraag aan die mama of ik lunch mag maken in de keuken. Ze kijkt wat bedremmeld, maar als ze ziet dat ik alleen een snijplank en een mes nodig heb, is het helemaal oké. Ik maak een frisse salade met tomaatjes, echte mozarella, en zucchini. Genoeg voor een lunch. Ik peuzel het lekker op het balkon op. Die papa wil me nog een glas bier uit zijn megafles lokaal bier aanbieden, maar ik wijs het af. Ik heb bier, en ik wil ook niet al zo vroeg aan de alcohol.

Ik raap mijn spullen bij elkaar en loop zoals me verteld is twee straten naar beneden, naar de Valsalina. De baaitjes hier in het zuiden van Pula zijn als vingers aan een hand. Kies een straatje en loop een ‘vinger’ af, en je komt vanzelf bij een strandje. Ik vind een enigszins gecultiveerd strandje bij een duikclub, waar met pontons een bassin is aangelegd. Er zijn houten banken en er is gelukkig geen zand – daar werd ik op Lido zo gek van! Er zat zelfs zand in de USB-poort van mijn boek, nou dat ging echt te ver. Hier kan ik me mooi op een tribune neerzetten en ik merk zelfs dat ik mijn spullen daar achter kan laten. Hoewel ik mijn tas wel goed in het oog houd, merk ik al wel dat iedereen gewoon hier z’n handdoekje uitspreidt en dan ergens gaat zwemmen. Geen kip die mijn meuk wil stelen.

Na drie uurtjes zwemmen in het koude water met golfslag zet ik me weer op de kant. IJsje eten, boek lezen, wel een handdoek over mijn schouders, maar dan toch voor op de borst nog zo rood worden als een kreeft. Ik staar naar het meisje dat op de bank onder me ligt. Ze heeft de looks van… van… Alice, het meisje uit het hostel in Venetië. Ze heeft ook de blauwe strepen in haar haar… verrek. Het is Alice. Ik begroet haar en ze is net zo verbaasd als ik. Ik wist dat ze naar Pula zou gaan, maar dat je dan op dezelfde dag in dezelfde baai gaat zwemmen? Wat een toeval weer. We kletsen even bij en ze raadt me een paar hostels aan, onder andere degene waar ze zelf gaat werken.

Terug in het huis is het alweer tegen vijven. Ik trek mijn mooie rode jurk aan en ga naar een restaurant in de buurt. Dat blijkt vol. Jammer, het had op Tripadvisor wel de beste rating. Gelukkig is er tegenover een soortgelijk restaurant. Ik krijg een leuk tafeltje en bestel lekkere visgerechten. Ik hoop maar dat ik met mijn pinpas kan betalen, want anders vreet ik ze hier de keuken leeg en moet ik hemel en aarde bewegen om nog weg te komen. Gelukkig, betalen met pin kan gewoon. Ik wandel door de warme nacht naar mijn appartement terug. Achter me flitst het – zou er vuurwerk worden afgestoken? Dan hoor ik ook gerommel. Het is ver weg.

Zodra ik goed en wel opgefrist in het appartement zit, met mijn laptopje op het balkon, komen de ouders van Monica thuis. De mama komt nog even bij me staan en vertelt van hun gezellige avond. We kijken samen vanaf het balkon naar het onweer, dat zich ontwikkelt als een bui van formaat. We zitten hier op het inpandige balkon goed. De bui barst los boven de baaien. Het echtpaar gaat alvast slapen terwijl ik nog een tijdje buiten zit. Donders rollen over het land, tweemaal zie ik boven mijn laptop een witte lichtbol uiteen spatten. Direct daarop volgt telkens een genadeloze scherpe klap, die een zwerm van electrisch gezoem door de lucht verspreidt, en die nog lang natrilt in mijn oren. De flitsen zijn fenomenaal en volgen elkaar in steeds rapper tempo op. Wat een bui, dat zie je in Nederland bepaald nooit. Ik ga rustig slapen.