Donderdag

Ik word de volgende ochtend om een uur of zeven wakker. Die mama moet vroeg naar haar baan bij de bank, dus ik hoor haar rond die tijd vertrekken. Kort daarna hoor ik die papa in de keuken mopperen. Om stipt negen uur haalt hij me op van mijn balkonnetje. Op de keukentafel prijkt een schaaltje biscuitjes, een broodje dat verdacht erg van het bakkerijtje tegenover lijkt te komen, en een pot honing waarvan hij trots zegt dat die van zijn broer de imker komt. Hij demonstreert me hoe ik het broodje met verse kaas moet bestrijken met honing. Dat is lekker, zegt hij. Wederom is deze maaltijd vergezeld door een typische ruime kom met slappe koffie. Ik vind het goed.

Ik pak rustig in terwijl de papa even naar zijn zus gaat die twee straten verderop woont. Bij zijn terugkomst heb ik mijn tas klaar en het bed afgehaald. Ik groet hem gedag en wandel naar de bus aan de straat. Om bij het appartement te komen kun je veel beter de eerste busstop nemen, dan is het veel sneller te vinden. Afijn. Ik koop netjes een kaartje en laat me met een stelletje toeristen naar het centrum van de stad rijden. Ik kom midden tussen de drentelende toeristen terecht en baan me door de nauwe ronde straatjes een weg naar het Riva-hostel. Tot mijn verbazing zie ik dat hostel ‘Pipistrelo’ dat gisteren niet bereikbaar was, wel gewoon open is. De eigenaar zit mismoedig buiten. Tja kerel, dan moeten je website en telefoonnummers het maar doen. Nu zit ik bij Riva.

Het meisje bij het Riva hostel wijst me erop dat ik wel erg vroeg ben. Tja, dat weet ik. Ik mag mijn rugtas in een bagagehokje neerzetten en kan dan weer de stad in, tot twee uur. Ik neem een boek en wat proviand mee, en zet me bij het eerste het beste kerkje op een muurtje. Binnen klinkt mooi gezang. Ik ben helaas een smet op de foto’s van toeristen, die dit kerkje met z’n tuin blijkbaar graag zo op de foto zetten. Pech, ik zit hier lekker te lezen. Veel Engelse toeristen. Als het koor naar buiten komt bedank en groet ik ze.

Om twee uur kan ik naar het hostel terug. Ik mag mijn kamer in: op de tweede verdieping, naast de keuken, onder het dakterras. Een hoge kamer met eigen badkamer, zes slaapplaatsen verdeeld over drie rammelende metalen stapelbedden. Ik heb een bovenbed vlak naast de keukenmuur.

Ik haal eten bij de supermarkt. Op aanrade van de gastvrouw heb ik ook een flesje yoghurt gehaald, dat ik over mijn verbrande schouders uitsmeer. Ik stink erg, denk ik, maar ik koel tenminste wat af. Ik kon amper mijn rugzak dragen, zo pijnlijk waren mijn schouders. Daarna ga ik even douchen en maak ik een lekkere pastasalade. Ik besteed de middag verder met lezen en ga ’s avonds een rondje langs de kade wandelen. Tegen elf uur zit ik weer op het dakterras, waar nog vrolijke muziek draait. Ik stuur een kaartje, lees mijn boek. De muziek gaat om elf uur niet uit. Ik informeer. In de zomermaanden gaat de muziek om twaalf uur uit. Oké. Nog even een uurtje wakker zijn dan, want door de open ramen tettert de muziek kalmpjes binnen.

Ik ga toch maar slapen – althans, dat probeer ik. Mijn drie Ierse kamergenotes komen ook slapen. Tegen twee uur ’s nachts – voor mijn gevoel ben ik nog steeds wakker – staat er iemand van de hostelstaff voor onze deur te praten met een jongen. Ik vang op dat hij al zijn spullen kwijt is en dat hij gewoon wil neerploffen in een bed en morgen verder zien. Na lang beraad gaat dan de deur open en legt hij zich te ruste op een onderbed waarvan ik vermoedde dat het bezet was. Nu ga ik echt proberen te slapen. Maar dat lukt weer niet. Tegen vier uur word ik wakker omdat er in de keuken naast me een stel jongens eten is gaan maken. Vrolijk kwekkend zie ik ze van hun pasta zitten eten, als ik suffig in mijn slaapkledij om de hoek leun. Ik vraag ze om hun maaltijd elders voort te zetten omdat we in de slaapkamer woord voor woord kunnen verstaan. Ze luisteren direct, laten hun vergiet vol pasta achter, en verdwijnen uit de keuken. Nu ga ik écht slapen. Ja, dat lukt. Opgekruld in mijn stapelbed, rugtas aan mijn voeteneind, merk ik er niets van als de Zwitserse kamergenote om zes uur haar biezen pakt en met een vroege trein vertrekt.