De vertrekdag

De avond vantevoren staat Sander op de stoep. Iets te vroeg, maar dat maakt niet uit. Ik geef hem een rondleiding met de laatste updates, want met een wisseling van de kat zijn er natuurlijk compleet nieuwe voerregels. Na wat drinken en wat kletsen schop ik Sander er weer uit, en dan moet er ingepakt worden. Daar heb ik eigenlijk helemaal geen zin in, dus dat doe ik dan ook niet. Ik hoef morgen pas om 12:02 met de trein weg, dus dat kan lekker morgen. Ik dubbelcheck of er niets is, dat écht niet meer de laatste ochtend kan, en dan ga ik slapen.

Ik sta redelijk vroeg op, en pak mijn rugzak in. Zo, nog even de laatste tickets en de zitplaatsreservering uitprinten, en ik kan gaan. Dit jaar hoef ik gelukkig niet halverwege terug, dus ik stiefel kordaat door naar het treinstation. Ander pluspunt: sinds 1 juni zijn roamingkosten verleden tijd. Ik kan dus gewoon overal, in binnen- en buitenland, bellen en internetten. Ik heb mijn telefoon ingesteld, daar gaan we.

Onderweg kom ik Yvo van TukkerLab nog tegen. Hij fietst een eindje met me op en zegt me dan gedag. De reis kan nu echt beginnen. En waar anders mee, dan met de boemel naar Dortmund? Ik stap in en begin aan mijn reisdagboekje. Niet lang daarna terk ik mijn ebook tevoorschijn en ga lezen. Harry Potter and the Methods of Rationality, een vernuftige fan-fiction op het originele Potterverhaal. En wat is het goed. Ik word meegezogen in het verhaal, dat werkelijk heel geestig en uitgekookt in elkaar zit. Voor ik het weet ben ik in Dortmund.

Daar haal ik ik mijn vaste Filterkaffee bij het Fish ’n Chips-stalletje onder het perron. Ik heb zo mijn gewoontes. Dan door naar Mannheim. Zodra ik de trein daar in ben gestapt, kom ik erachter dat mijn zitplaats niet bestaat. Dat is niet echt zo: de trein staat gewoon verkeerdom gerangeerd. Ik bevind me nu in wagen 12 inplaats van in wagen 2, waar ik een stoel gereserveerd had. Zuchtend loop ik maar de wagons door, en ga gewoon halverwege maar ergens zitten. Het is rustig, en ik kan lekker lezen. We zoeven door naar Basel.

Gelukkig ken ik de stad nog een beetje van mijn vorige bezoek. Ik wil de tram pakken naar het hostel – hoewel geen één tram eigenlijk dichtbij komt – maar er vertrekt er maar geen één. Dus ga ik weer lopen. Ik moet noordoostwaarts… maar loop mis. Gelukkig niet heel ver. Ik steek een straatje door en daal bij de St. Alban-Turm af naar het pittoreske wijkje. Oude huisjes bevinden zich op steile hellingen langs de waterkant. Wat is dit mooi.

Het hostel zie ik al gauw. Ik check in en krijg een kamer waar al een meisje en twee jongens aanwezig zijn. Fijn voor de eerste avond. Ik ga naar beneden, bestel een glas droge witte wijn, en zet me zelf onder het prachtige koepelgewelf van de eetzaal weer aan mijn boek. Buiten de grote deuren, die vanwege het lekkere zomerse weer nog openstaan, ruist de beek die langs het hostel stroomt. Dit is echt een fijn hostel. Erg mooi en goed gelegen.

Ik ga later op de avond nog even pinnen, en ga daarna slapen.