Crans-près-Céligny

De meid en het Indiase meisje zijn er de volgende ochtend het vroegst uit. Ik ga om normale tijd, half acht, ontbijten. Er is geen kip in de ontbijtzaal. Ik hap mijn kommetje bichermuesli weg. Daarna douche ik (trash daarbij een handdoek met mijn roodgeverfde haar, oeps, maar meld het netjes, en wonderwel hoef niets te vergoeden), pak ik in en zet ik mijn rugtas weer in een locker. Met een beperkte set in een handtas ga ik nog eens de stad in. Ik hoef pas weer tegen twaalven te reizen, want Crans-près-Céligny ligt hier op steenworp afstand.

In de stad, onder het station, ontmoet ik een straatmuzikant die daar op een kleine fluit staat te spelen. Hij legt zijn fluit even neer als ik hem geld toewerp. We raken aan de praat. Hij komt uit Bretagne, was computerprogrammeur en seismologisch onderzoeker – hij heeft zelfs nog hele stellages in Griekenland gebouwd en er voor geprogrammeerd – maar is nu 63 en gepensioneerd. Hij wil graag wat van het land zien, dus hij reist met zijn fluitje rond, en speelt elke dag op een ander station. Ik bewonder zijn levenslust, zijn kijk op de dingen, zijn vrijheid. Na wat onderhoud in het Frans en Engels vervolg ik mijn weg weer.

Ik haal bij de supermarkt wortels, om wat te eten te hebben. Dan loop ik de stad weer eens door. Het is wel een fijn stadje, al zijn de winkels wel anderhalf keer zo duur als in Nederland.

Dan wandel ik terug, word overvallen door een flinke hoosbui, en ga in het hostel zitten wachten. Veel mogelijkheid daartoe is daar niet, omdat de schoonmaaksters net beneden hun ronde doen. Ik hang mijn regenjack te drogen, herpak mijn tas, en maak me klaar voor het busritje naar Crans.

Nog geen tien minuten later ben ik via het station met de bus naar Crans gereisd. Ik ben zelfs keurig precies voor de deur van mijn AirBnB afgezet, in het midden van het dorp. Ik heb zelfs al de opbouw van het Caribanafestival gezien, langs het water. En zelfs, zelfs, geloof ik, de tourbussen van Sum41 en Evanescence. Fikse stage-wagens, zwarte touringcars – dat kan niet missen.

Gilbert, een vriend van eigenaresse Kim, leidt me in het huis rond. Alles is prima. Daarna wandel ik zelf nog even naar beneden, in de zon, naar de festival grounds. Ga even bij het water kijken, maar kom uit bij een zeilschool – daar mag ik denk ik niet naar de waterkant. Dus ik loop terug en ga even boodschappen doen in het supermarktje onder mijn appartement. Fiks duur wel zeg. Ik veroorloof mezelf wel een goede fles wijn van de plaatselijke wijnkelders. Mjum!

’s Avonds maak ik pasta voor mezelf. Ook ga ik uitgebreid in bad. Ik lees nog een boekje, maak een kleine wandeling – tot er regenwolken me tegemoet komen – en ga dan lekker in het appartement zitten. Boek lezen, slapen.