Nyon, en Evanescence

Jeeeej festival. Maar ik had dus nog niet gezegd dat het alleen in de avond is, hè? Goed, dat is het dus. Ik kan wel lekker de dag beginnen met een dubbel gebakken eitje ene en kop thee. Daarna koffie. Ik besluit vandaag eerst terug naar Nyon te gaan (want dat was een kippeneindje, werkelijk) om nog even wat warms te kopen voor vanavond. Een legging bijvoorbeeld, of een panty. Die had ik ook van thuis mee kunnen nemen, maar ja, dat heb ik nou eenmaal niet gedaan.

Ik bus weer terug, loop wat door de stad, koop bij de H&M een legging en twee panty’s. Ook koop ik bij de natuurwinkel een pak amandelmelk, en een doosje lekkere koekjes. Rib uit je lijf, daar.

Okay, terug op de bus naar Nyon. Het is inmiddels al lekker warm, drukkend, en het wordt tijd om wat te eten en dan richting festival te gaan. Ik eet pasta en kleed me daarna leuk voor mijn uitstapje. Ik mag geen fotocamera meenemen, wel mijn smartphone. Om nou niet op het allerlaatste moment weggestuurd te worden, houd ik me braaf aan deze regeltjes.

Ik loop naar het festivalterrein, want ach, lekker weer, en dichtbij. Ik kom er zo in – word wel eerst aangezien voor een niet-VIPPer. Daarna mag ik overal rondlopen. Ik verken alle tribunes, prijs me gelukkig met het prachtige uitzicht dat ik zal hebben op het podium. Ik bedoel – Amy hoeft maar omhoog te kijken en ze ziet mij! Not a face in the crowd, so to speak!

Eerst ga ik bij het kleine podium, ernaast, kijken naar een kleinere band uit Genève. Het is een maf zootje jongens. Ze beginnen met hun sloomste nummer, dus ik ga lekker in het gras zitten en doe alsof ik op een hippiefestival ben. Dan komen ze toch met wat pittigere nummers. Mensen gaan voor me staan, dus ik sta ook maar af, klop het gras van mijn rok, en dans wat mee. Rechts naast ons begint het tumult al aan te wakkeren. Jeetje, Sum41!

Ik weet me met moeite nog naar de VIP-tribune te slepen. Het staat zwart van de mensen. Ik haal mijn glaasje champagne op en nip ervan terwijl ik naar deze punkrockband kijk. Wel, afgezien van hun energieke show, is het wel duidelijk dat deze lieden weten dat je in Europa vrij ongeremd mag vloeken. Wat een taal slaan ze uit! Goed. Na een uur of wat zijn ze klaar met spelen, en vind ik het tijd om de hoofdtribune op te gaan zoeken. Ik wil een goed plekje. Maar eerst naar de wc’s. Ik spreek even kort met een stelletje Engelse dames. Ze wonen hier in de buurt. Ach, wat leuk.

Daarna verschaf ik me een plek op de VIP-tribune recht tegenover het hoofdpodium. Door rustig te blijven staan en onderwijl mijn reisboekje bij te werken, weet ik die plek te houden zolang als Rag ’n Bone Man op het podium ernaast de sterren van de hemel speelt. Langzaam stroomt het voor me vol. Was het bij Sum41 al druk, nu is het echt helemaal schoudertje aan schoudertje vol. Nog even heb ik overwogen om, ondanks mijn VIP-ticket, vooraan te gaan staan. Maar ik zou geplet worden – waarom. Dus ik houd mijn positie op de riant gelegen tribune, en merk hoe de ‘omwonenden’ zich om mij scharen. Want ja – die hebben bijna allemaal een ticket in handen gedrukt gekregen ter compensatie van de geluidsoverlast die het dorp overspoelt. Ach… ja, … dingen die je leert als je er bent, hè? Ik kijk allang niet meer naar wat ik hier uitgeef.

Het wordt donker, de maan komt op, de vliegtuigen suizen van links naar rechts over het meer van Genève. In de verte zien we de Mont Blanc, helder en wit, tussen de grijsblauwe bergen op de andere oever van het meer. Evanescence begint. Heerlijk, prachtige, herkenbare nummers. Ik zing en joel alles mee. Voor het podium wordt een feestje gebouwd – maar ik sta hier lekker, vestje aan, champagne in de hand. De dames om mij heen mompelen soms wat bekende teksten met een dik Frans accent mee. Ik herken bijna ieder woord, iedere uithaal, iedere ad lib.

Ik weet niet of de dames om me heen gek van me worden, maar na vanavond zie ik ze nooit meer. En vals zing ik niet, dus ik doe lekker mee. Na dik anderhalf uur spelen, waarin gevoelige pianonummers en akoestische sessies elkaar zijn opgevolgd, is Evanescence klaar. Ik sta nog wat op de tribune, en trek me dan terug naar de ‘bands bar’. Helaas, daar wordt skihutmuziek gedraaid… en nee, daar zullen zich wel geen bandleden ophouden. Ik zie geen merchandisestand, geen handtekeningentafels… nee nee. Ev is terug naar hun tourbus, dit was het.

Rustig aan loop ik over het nu weer leeggestroomde terrein. Ik bekijk de houten Baldwin-piano eens van dichtbij terwijl hij van het podium weggerold wordt. Ik vraag me even af of het er wel echt een was – en niet een houten bekisting met een digitale piano erin. Echt.

Dan loop ik nog een rondje over het terrein – vergaap me aan de prijzen voor merchandise, voor crêpes met Nutella – koop niks – en begeef me naar de uitgang. Nog een lekkere warme trui aan, en ik ben klaar om weer terug te wandelen. De bus laat toch op zich wachten, en zit stampvol met jongeren die naar een volgend dorp moeten.

Ik loop met een groepje festivalgangers naar de dorpsstraat van Crans, begeef me naar mijn appartement, en ga lekker slapen.