Zonnen en zwemmen

Vandaag sta ik laat op – ik mag van mezelf uitslapen, na zo’n fijne avond festival. Maak weer eitjes, drink de amandelmelk – blegh, ongezoet, dus vul hem aan met jummie esdoornsiroop die ik in de provisiekast vind.

Daarna drink ik koffie en ga lekker op het dakterras in de zon zitten. Chatten, schilderen, lezen. De ochtend vliegt voorbij. Het is vandaag een warme dag, zo weet ik, dus ik wil ook niet veel gaan doen.

Na de middag pak ik mijn zwemspullen bijeen en loop ik, stijlvol gekleed, weer naar beneden naar de waterkant. Ik heb inmiddels van huiseigenaresse Kim gehoord dat ik prima mag zonnebaden naast de zeilschool. Dat is gewoon publiek strand. Dus ga ik daarheen, spreid mijn handdoekje uit op de rotsen, en ga lekker in het zonnetje liggen. Even insmeren, boekje erbij, jum.

Na een half uurtje komt er een kliekje dikke zwartgeklede roadies naast me zitten. Leuke jongens. Spreken allemaal Frans, en hebben denk ik niet door dat ik ze gewoon kan verstaan. Ze hebben even vrij van de opbouw voor vanavond. Stuk voor stuk kleden ze zich uit tot aan hun boxers en laten zich in het water tuimelen. Allemaal hebben ze het ijskoud, maar ze laten zich niet kennen.

Na een tijdje laat ook ik me even in het water zakken. Gelukkig liggen er langs de kant grote rotsblokken half in het water, dus ik hoef niet gelijk het diepe in. Maar man, man, wat is dat water koud! Typisch een groot bergmeer. Ik blijf er even in zitten om eraan te wennen, maar mijn nagels verschieten vrijwel direct van kleur. Lila, blauw… tijd om eruit te gaan. In de zon is het gelijk weer zo heet dat je levend gebraden wordt.

Ik blijf tot een uurtje of vijf zitten, als ook de roadies door hun opperroadie weer terug naar hun plicht geroepen worden. Ik slenter uitgerust de heuvels weer op. Vanavond ga ik eten bij restaurant Café l’Union, aan het einde van de dorpsstraat. Ik heb al een tafeltje voor mezelf gereserveerd. Het eten is heerlijk! Dit is een aanrader! Serieus.

Na het eten wandel ik voldaan weer naar huis. Ik heb donders veel energie, ondanks de maaltijd. Maar ja, het is ook donderdagavond, dus normaliter zou ik nu Pro Deo hebben. Ik spring wat door het huis heen, dans op allerlei muziek, maar ga dan toch maar naar buiten. Ik wil even kijken welke sport ze op het schoolveld achter mijn appartement spelen, maar zodra ik er kom, is de wedstrijd voorbij. Ik hoor in de verte koeienklokken en geloei, dus ik loop wat verder – al bijna het dorp weer uit – en zie inderdaad een hele kudde bruin vee verop in een weiland staan. Kalfjes stieren rond, koeien slaan loom met hun staarten naar de vliegen. Ik klim op een stapel balen kuilvoer en zet me aan het schrijven. Nog even ren ik terug naar huis, kleed me warmer, pak mijn camera, en ga weer zitten. Heerlijk, zo’n avond. Klokkengelui van koeienbellen is toch echt, echt mijn favoriete geluid.

Thuis ga ik nog wat zitten in de avondschemering, kijk vliegtuigen die overkomen. Dan weer lekker slapen.