Nyon, zon en schilderen

Vandaag ook weer lekker uitgeslapen, eitjes gebakken, ruim ontbeten. Ik zit weer wat te lang op het dakterras, maar het is ook zo lekker. Het belooft niet zulk goed weer als gisteren te worden – wel droog, maar bewolkt – dus ik heb mezelf gezegd om naar Genève te gaan. Echter, ik bekijk een beetje de bezienswaardigheden in Genève, en mijn zin neemt af. Ik wil eigenlijk helemaal niet zo’n grote, grijze zakenstad in, terwijl ik hier in dit dorpje heerlijk van de landelijkheid kan genieten.

Mijn humeur is sowieso niet al te best vandaag, dus ik stel het ‘wat gaan doen’ zo ver mogelijk uit. Uiteindelijk beslis ik dat ik met de bus naar Nyon zal gaan, en daar met een mooie boot de oversteek naar het Franse dorpje Yvoire ga maken. Dat moet erg mooi zijn, al is de overtocht wel erg prijzig.

Ik stap op de bus naar Nyon, en hoe gemakkelijk gaat de reis toch – de buschauffeur becomplimenteert me nog, hij kan me prima verstaan, en gelooft eigenlijk niet dat ik uit Nederland kom. ‘Die Nederlanders spreken ook álle talen!’ grapt hij. Welnee man, dit is schoolFrans, en ik ben gewoon goed in het imiteren van intonaties.

In Nyon laat ik me er bij de muziekschool aan de kade uit zetten (veel muziekscholen hier, trouwens, ook in Crans al). Ik loop naar het loket waar de boottickets verkocht worden. Ai, ik moet nog anderhalf uur op de volgende boot wachten. De lokettiste weigert me bovendien in het Frans aan te spreken. Ze blijft maar dik Engels praten en dat maakt me – gezien mijn vervelende humeur sowieso al – flink koppig. Ik besluit nog geen ticket te kopen, en eerst die tijd maar eens af te gaan wachten.

Ik loop wat langs het kasteel, langs winkels, … en beland in een groot warenhuis, op de afdeling met kantoorartikelen en fournituren. Ja, je zult je afvragen – wat is dáár leuk aan? Maar daar, beste mensen, daar vind ik nou altijd mijn beste souvenirs. En jawel hoor. Kleine, aparte kaartjes, spotgoedkope stukjes vilt, om thuis nieuwe sloffen mee te maken, en echte metalen knopen in de vorm van Edelweissbloemetjes. Stiekem is winkelen toch nog de beste remedie tegen een slechte dag…

Met een redelijk goed gevoel verlaat ik het warenhuis. Het is al half drie, de boot is al vertrokken. Ik kan nog een volgende nemen hoor, daar niet van. Maar ik wil niet. Het staat me allemaal te veel tegen dat er iets ‘moet’. Die buien heb ik soms, en op een vakantiedag betekent dat gewoon, dat er niets moet. Ik kan daar prima mee leven.

Ik stop nog even bij het stenen- en mineralenwinkeltje, dat er bijzondere openingstijden op nahoudt. Het zou nu open moeten zijn, volgens de haastig geschreven briefjes op de ruit. Maar nee, het is dicht. Ik treuzel nog even voor de deur, maar nee, er komt echt niemand. Ik wilde zo graag een bepaald steentje kopen… maar dat moet dan in Freiburg maar. Hier zal het toch wel belachelijk duur zijn.

Ik zet me op de bus terug naar Crans, en omdat het nog zo lekker warm is, pak ik wederom even mijn zwemspullen erbij. Nu gaan ook mijn schilderspullen mee. Ik ga lekker aan de waterkant zitten schilderen. Daarvoor moet ik wel even door een hekje heen, dat er sinds gisteren staat, met als opschrift ‘bands & roadies only’ – jaja, m’n neus. Ik ga lekker op de rotskade zitten, net als gisteren, en er is geen security-figuur dat me daar weghaalt. Echt niet. Roadies scharen zich om mee heen, lachen, zwemmen, drinken bier, net als ik (jawel, dit keer heb ik bier mee). Waterverven met een witte blouse en wit badpak is niet zo’n goede combinatie, trouwens. Maar het gaat me redelijk zonder vlekjes af.

Ik loop weer terug naar de straat, en een security-jongen houdt keurig het hekje even voor me open. ‘Quel service, merci!’ groet ik hem vriendelijk, en hij groet beleefd terug. Deze dame kwam even schilderen, weet u wel. Die laat je gewoon door, ook al is ze haar festivalbandje vanmiddag in de bus kwijtgeraakt.

Thuis ga ik lekker eten, maak wat dingen in de koelkast op zodat ze niet overdatum raken. Zit nog lang buiten ’s avonds, en ga dan weer slapen.