Op weg naar SHA

De vrijdag begint rond een uur of zeven. Ik moet nog allerlei kleine dingetjes doen aan mijn gitaar, alsook nog de helft inpakken. Dat laatste is zo’n saaie routine geworden, dat ik het tegenwoordig als het even kan uitstel tot de dag van vertrek. Ik ken mezelf.

Tegen negen uur heb ik inzicht in de nog benodigde tijd, en app ik Yvo, die mij naar SHA zal rijden. Om tien uur meldt hij dat hij net wakker is. Inmiddels heeft nieuws ons bereikt dat men het doek van de partytent vergeten is – of wij iets mee willen nemen? Yvo wil zijn Turret (vijandelijke schietende robot uit het spel Portal) zonder pardon droog hebben staan, dus hij zet koers naar een winkel om een nieuwe partytent te kopen. Terwijl ik verder inpak en mezelf fatsoeneer denk ik ‘partytenten zijn áltijd een hekel punt aan het begin van een gezamenlijk kampeeruitje. Daar zou iemand eens iets op moeten verzinnen’. Zuchtend ga ik verder met mijn bezigheden.

Even na elven ben ik klaar. Yvo stuurt me een foto van een ingepakte aanhanger. Hij woont aan het einde van mijn straat, dus binnen een minuutje is hij bij me. We laden al mijn koffers bij in de bak en we rijden door naar Govert. Ook die woont in de buurt. Hij staat gelukkig al klaar als we onze combinatie netjes inparkeren voor zijn huis. We kunnen op weg!

Het ritje naar Zeewolde duurt iets langer dan normaal. Met onze aanhanger kunnen we namelijk maar maximaal 90 rijden. Dat merk je wel, als je ritjes naar Deventer of Utrecht onbewust gewend bent. Eindeloos lijkt de snelweg. Gelukkig hoef ik niet op te letten. Ik lees op de achterbank mijn Harry Potter fanfiction en luister met een half oor naar hoe Yvo en Govert briljante, vergezochte, en simpelweg geniale grapjes met elkaar maken. Af en toe kijk ik achterom naar de aahanger. Het is gek om al mijn waardevolle bezittingen in een aangekoppelde kar achter mijn eigen vervoermiddel te hebben. Ik kan het kwijtraken. Dit is een graadje onvoorzichtiger dan ik normaliter ben. Maar er staat me nog genoeg te wachten…

Op het terrein van SHA mogen we niet zonder meer naar ons kampement rijden. We moeten parkeren op een groot wuivend grasveld aan de overkant van de weg. We rollen de auto met aanhanger ergens in de achterste rij, we pakken onze belangrijkste tassen, en beginnen dan maar met lopen. De rest van de gevulde aanhanger laten we gewoon achter op het veld. Een volgende bezoeker parkeert zijn bus naast ons en zwaait vriendelijk. Is dit hoe het gaat? Laten we in vol vertrouwen onze waar onbeheerd achter? Ja, dat doen we.

We stiefelen tien minuten braaf door over een hobbelig zandpad. We passeren de entree, ontvangen ons polsbandje, en zoeken ons veldje op. Hehe, eerst even naar de wc. Als ik terugkom beramen we een plan om een golfkarretje te reserveren voor onze bagage. Echter, dat gaat moeilijk. De wachtrij is lang en ondanks connecties hier en daar komen we niet sneller aan de beurt.

Dan komt er een jongen met de naam Thomas voorbijscheuren. Zijn golfkar is leeg en hij gaat richting entree. Mogen we mee? ‘Spring d’r maar in, ik ga mijn telefoonkabel uit de auto halen!’ Hebben wij even geluk. Hij zoeft ons hobbelend en slingerend naar het parkeerveld. ‘Als je snel bent, kan ik jullie aanhanger wel mee terugnemen?’ Dat laten we ons geen twee keer vertellen. Ik sta er wat verbaasd bij te kijken. Jawel, een golfkarretje kan een complete aanhanger trekken! We koppelen aan, en met iets meer beleid dan op de heenweg scheuren we terug naar het kamp. Yvo mag voorin zitten met de Turret op schoot, Michiel, Martijn en ik houden ons vast achter in het bakje. Dit is prima vervoer, en zie eens hoe snel al onze bagage bij de tenten is! Hier hadden we minstens vier keer voor moeten lopen.

We zetten allemaal onze tenten op en maken het ons gemakkelijk. We missen de openingsspeech, maar dat maakt niet echt uit. Ik heb hoofdpijn en wil eigenlijk direct gaan slapen, maar het is pas vroeg in de avond.

Ik vermaak me de rest van de tijd met het rondlopen over het veld en het bekijken van andermans installaties, foodtrucks, en natuurlijk onze Pixelflut-installatie in de bar.

Laat op de avond loop ik met mijn tandenborsteltje heen en weer, pak me warm in, en ga slapen. Eens zien wat morgen brengt.