Castlefest

2015
1 dag Cosplay, Vakantie

In het kort

Castlefest, een evenement waar ik nog nooit geweest was. Dus werd het tijd om eens te gaan. Zaterdags en zondags het middeleeuws fantasy-feestgewoel in, vergezeld door Paul.

vrijdag

Vrijdag: bijtijds van werk weg, met de laatste snel gefixte props voor mijn Thor-kostuum: rode armpads, waar eigenlijk nog zilverkleurige schildjes op moeten. Ik heb ze gemaakt van een rood afgeknipt kindershirt. Goed genoeg.

Ik kom thuis en probeer alles in te pakken. Ik heb zoals gewoonlijk een paklijst, maar die is verre van compleet (met name omdat ik nu niet de standaard dingen moet hebben). Ik pas mijn kostuum aan, keur de staat van compleetheid goed, en trek het uit om het in te pakken. De rode armpaddings laat ik maar zonder schildjes, want die zijn nog net niet droog, en tricky om vast te plakken op de stof. Het is veel te snel zes uur, tijd om richting treinstation te gaan. Katten gedagzeggen, rugzak om, hamer Mjolnir met een karabijnhaakje aan mijn tas, en gaan. Het is een lekker warme zomeravond. De zon gaat onder terwijl ik naar het station fiets.

Fiets in de stationsstalling, op de trein naar het westen. Zoals vroeger, denk ik melancholisch. Ik kom ook precies om 21:07 aan, zoals vroeger toen ik nog wekelijks reisde op het traject Dieren-Den Haag. Ter ere daarvan nodig ik vroegere vriend Jelle uit om even snel gedag te zeggen, maar hij kan helaas vanavond niet.

Onderweg naar Den Haag Centraal en kom in gesprek met een aardige jongen – vooral om de hamer die al de hele reis op mijn tafeltje heeft gelegen. Ik moet een uur wachten op de bus, dus ik loop even een rondje over de Turfmarkt, waar ik het pand van Colour Digital terugvind. Hier was 13 jaar geleden mijn werk. Ik gluur naar binnen en zie door de vuile ramen, dat het een rommel is. De ijzeren brug boven de werkvloer is afgebroken, de enorme printers en bindmachines zijn weg. Het lijkt nog wel gisteren… en ook weer niet. De ruimte lijkt ook veel kleiner dan toen. Er hangt een bord op de ruit, dat Colour Digital vanaf oktober aan de Herengracht kantoor houdt. Ik loop de Fluwelen Burgwal af naar de nieuwe locatie, me onderwijl afvragend welke oktober dan bedoeld wordt. Dit jaar? Vorig jaar? Ik wandel precies de route die ik ooit fietste, destijds met een tekeningenkoker op mijn rug en kunstgeschiedenisboeken onder de snelbinder. Altijd gehaast om van mijn werk naar de KABK te komen, iets verderop aan de Prinsessegracht.

Na het ontwijken van wat toeristen en zwervers bereik ik het nieuwe pandje van Colour Digital – een donkere pijpenla. Tot mijn verbazing staat het eveneens leeg. Ja, het was 13 jaar geleden. Er is inmiddels veel gebeurd. Waarom zouden ze hierheen verhuisd zijn? Er is inmiddels een half uurtje voorbij en het wordt tijd dat ik mijn reis vervolg. Ik loop nog even naar de voordeuren van de KABK en gluur eveneens weer naar binnen. Lang, lang geleden… Ik ga even pinnen aan de Bezuidenhoutsweg en loop weer naar het station. Nog wat dralen rond de stationspiano, waar muzikanten en dromers gepassioneerd wegroffelen op de toetsen, en ik ga naar mijn bus.

Nu, leermomentje. Waarom je bij een advies van 9292 nooit af moet gaan op de kleinste hoeveelheid overstaps, maar op de kortste reistijd. Ik had allang in Noordwijkerhout kunnen zijn als ik met wat meer switchen over Leiden was gegaan, duh.

Ik stap in de bus en merk dat ik nog een uur op deze lijn zit. Oh, gelukkig is het niet de misselijkmakende bergpas van Trento naar Tione, maar een zwierige rit door het lommerrijke Wassenaar, Katwijk en Noordwijk. Ik vergaap me aan de statige panden met lappen voor- en achtertuin. Hier verpoost de beau monde van Nederland. Ik niet.

Eindelijk, 23.15, mijn halte. Ik weet met goed giswerk en een feilloos kompasgevoel het huis van mijn Airbnb-host te vinden. Ik word vriendelijk ontvangen, krijg sleutels voor fiets en voordeur, wifi-password, en trek me dan terug op mijn kamer.

zaterdag

De volgende ochtend zoek ik mijn ontbijt bij elkaar. Mijn gastheer had aangegeven het klaar te leggen, maar hij is vroeg vertrokken en op het aanrecht bespeur ik niets. Dus weet ik zelf uit vriezer en kastjes wat brood, beleg en koffie bij elkaar te scharrelen, en I’m good to go. Ik leg een briefje neer met de vraag of ik een Android-lader mag lenen, want m’n telefoon is bijna op en ik ben m’n lader vergeten. Terwijl ik nog even boven ben hoor ik mijn gastheer beneden rondlopen.

Een uurtje later is dat allemaal geregeld, en na een vriendelijk gesprekje vertrek ik dan gekostumeerd en wel naar Lisse. Zodra ik de wijk uitfiets word ik al nagestaard door dorpsbewoners die kennelijk nog nooit een vrouwelijke Thor op een fiets hebben gezien. Ik roep ze vriendelijk wat toe en zwaai hier en daar met mijn hamer. Dan bereik ik de buitenwegen, alwaar ik ook zwaai naar boeren op tractors. Het is een zonnige ochtend. Met maar één keer verkeerd rijden bereik ik de juiste weg naar Lisse en rijd zo een half uurtje langs de vaart. Onderweg kom ik wielrenners en dagjesmensen tegen. Ze zwaaien allemaal vrolijk terug en smeken me of ik alsjeblieft niet wil slaan. Echt leuk.

Ik zie de festivaltenten al van verre en weet op aanwijzingen van mijn gastheer snel bij het terrein te komen. Ik zet mijn fiets weg en wil de weg oversteken naar de ingang, als ik enthousiast mijn naam hoor roepen. ‘HEIDI!’ Ik kijk om en zie daar Ross Kambel staan, klasgenoot van 13 jaar geleden, die ik altijd nog eens terug wou zien. Bij deze dan! We praten die 13 jaar in 5 minuten bij en lopen onderwijl naar het terrein.