Oulu

2009

Proloog

Het is najaar 2008. Het einde van mijn Saxion-studie Concept Design (afgeleide van Kunst en Techniek) komt in zicht. Bleef ik met mijn stage braaf in Enschede, voor deze periode tipte mijn vriend Wilco mij om naar het buitenland te gaan. 'Zodra je werkt, is de kans klein dat je nog lang kunt reizen. Dit is je kans om te gaan!' en zo geschiede.

Na enkele pogingen tot het vinden van een afstudeeradres zal ik aan de slag gaan bij het OAMK te Oulu, in noord Finland. Het land heeft alles: een moderne fysieke en digitale infrastructuur, de Euro, en een gelijkwaardige hogeschool met een afstudeeropdracht voor mij. Na het wekenlang inpakken van mijn reiskoffer en het eenmaal proefvliegen met Wilco naar Stockholm ben ik good to go.

maandag

De dag van vertrek. Wilco en ik staan om zeven uur op. Ik heb eigenlijk alles klaarstaan, dus we ontbijten en dan brengt Wilco me naar het treinstation. Hij loopt even mee het perron op. Voor ons zien we een propvolle intercity en een vertrekbord dat niks zinnigs aangeeft. De spoorwegmedewerkers vertellen ons het goede nieuws: door een wisselstoring tussen Almelo en Hengelo rijdt er niks. Maar, om negen uur rijdt er weer een trein en die zal een hele zwik mensen langs dat punt loodsen. Afijn, Wilco’s parkeertijd is om dus we nemen afscheid en ik wacht op de bewuste trein. Die komt en rijdt me naar Hengelo. Daar staat een Duitse trein klaar met bestemming Schiphol. Helemaal mooi! Nu nog rijden. Het gaat van vijf over negen naar tien voor half tien en inmiddels heeft de conducteur al twee keer omgeroepen dat hij geen flauw idee heeft hoe laat we door mogen rijden.

Net als vele andere reizigers bel ik mijn geliefde om te klagen over de voortgang. Wilco neemt geen halve maatregelen en gaat in op mijn verzoek om mij met de auto naar een station voorbij Almelo te brengen. Hij is er binnen twintig minuten en samen racen we zo verder naar Deventer. Wilco stelt voor om me naar Schiphol te brengen. Ach, als het kan, doe dan maar. Hij levert me netjes voor de vertrekhal af en dan moet ik toch echt op eigen houtje verder. Ik geef mijn koffer af bij een KLM-balie en ga door de douane. De juiste vertrekhal is zo gevonden. Na een uurtje ‘Mind your step’ te hebben gehoord mag ik in het vliegtuig stappen. Het is twee uur vliegen naar Helsinki. Onderweg praat ik met mijn buurman, een Ship Engineer uit Birmingham. We eten lunch en praten wat over wat we gaan doen in Helsinki. Voor ik het weet landen we alweer. Nu mag ik 4 uur bivakkeren op een enorme luchthaven. Ik loop vast naar vertrekhal 13 alwaar mijn vliegtuig zal vertrekken. Daar is een duur restaurant en een minstens zo dure hapjeskeet. Met een kipsalade en een koffie ben ik good to go. Misschien was ik vergeten te vermelden dat mijn ‘maandelijkse hoofdpijn’ zich net vandaag aangediend heeft. Daar doet de koffie niks tegen. Na het eten internet ik wat en zie dan dat mijn gate veranderd is naar 19. Kan ik weer terug! Bij die gate heb ik helaas geen internet. Ik lees mijn National Geographic en loop nog even terug naar gate 13 om te checken of Heikki toevallig nog iets gemaild heeft. Niks. Zou iemand me komen ophalen?

Nog een uurtje zitten en dan vliegen we per Douglas-vliegtuig naar Oulu. Het is best wel een zeepkist. We stijgen langzaam op (daarbij moet de verlichting uit?) en blijven eigenlijk de hele vlucht achterover hellen. Het uitzicht is wel erg mooi zo bij nacht. Bij het landen hangen we een kwartier lang steil voorover. Ik betwijfel de vaardigheid van de captain. Ze laat ons met veel gehots naar beneden suizen, veel minder comfortabel dan die Boeings. Dan staan we aan de grond. De steward gooit de achterdeur open en we vriezen allemaal in één klap halfdood. Bij het afdalen van het trapje worden we bijna weggeblazen en dan staan we in 20 centimeter sneeuw. Dat begint goed. Ik heb me ingepakt als een eskimo. Mijn koffer rolt als laatste de band op. Het Bijenkorf-embleem is woest van de voorkant gerukt en het doosje potloden dat voorin zit heeft onder alle heavy load een grauwe afdruk achtergelaten. Ah ja, next time beter inpakken dus.

Ik kijk in de aankomsthal en ja, daar staan twee meisjes met een bordje ‘Heidi’ te wapperen. Wat fijn! Ze rijden de luxewagen voor en we sjezen door de dikke sneeuw naar het centrum. Ze zetten me bij het hotel af en ik bedank ze hartelijk. Ze geven me zelfs nog een routekaartje met hun telefoonnummers en beweren dat dit een stuk beter geregeld was dan de aankomst van de Spaanse exchange student. Ach, leer mij kennen!

Mijn hotelkamer is sober maar voldoende om een nachtje in te slapen. Ik internet nog wat (PanOulu doet het vrijwel gelijk!), maak foto’s uit het raam en dan is het oogjes dicht, snaveltjes toe…

dinsdag

Om kwart over vier ben ik wakker geworden van een raar geluid: is iemand het hotel aan het afbreken met een shovel ofzo? Enfin, even uit bed gestapt en gaan kijken. Onder mijn raam rijdt, jawel, op dit tijdstip, een grote gele ijsschuiver heen en weer om de straat sneeuwvrij te krijgen. Tevergeefs trouwens, want de straten hebben hier een permanent laagje wit.

Ik kan redelijk doorslapen, sta om 8 uur op en spring vlug onder de douche. Ik doe een rondje ontbijt en leg de hotelier uit dat ik mijn koffers even op mijn kamer laat. Hij knikt wat. Ik loop naar het Psoas kantoor, dat ongeveer drie blokken van het hotel ligt. Ik moet een nummertje trekken, maar ik hoef niet lang te wachten. Ik vermoed dat dat wel anders zal zijn wanneer er grote hordes studenten komen bedelen om een kamer, vlak na de zomer. De dame aan de balie is blij verrast dat ik alles op papier heb meegenomen. Ze laat me wat handtekeningen zetten en ik krijg mijn kamersleutel plus toegangscodes voor de internetverbinding. Ik schuifel zo snel als ik kan terug naar het hotel: het is al half elf en ik moet haasten, maar de straten en stoepen zijn spekglad. Sprekende van een stoep: die zie je hier niet echt door de hoge sneeuw. Voetgangers en fietsers komen je aan alle kanten voorbij. In het hotel haal ik mijn koffer en tas op en reken af bij de hotelier. Die blijkt helemaal geen Engels te kunnen, maar is blij met het geld. Ik roep hem een bedankje toe en zet koers naar Välkkylä.

Välkkylä staat bekend als een erg mooie campus. Ik vind het ook erg mooi en ben blij dat me hier een kamer is aangeboden. Het lijkt op Calslaan oud in Enschede, maar de huizen zijn van rode baksteen en ze staan dichter op elkaar. Er zijn drie verdiepingen en ik woon op de derde, in een appartement samen met twee andere meisjes. Mijn kamer kijkt uit op een paar rijen dunne berken met daartussen de Pohjantie snelweg.

Ik sleep me naar boven zonder koffer (je wil niet boven aankomen en zien dat je sleutel niet past) maar gelukkig, ik kan mijn huis in. Ik haal de koffer op en krijg enorm veel zin om uit te pakken. Dat gaat niet, want ik moet eigenlijk al in het Oamk zijn. Ik ga lopen, maar vergis me in de wijk. Ik zie voor het eerst een enorme pickup truck met een sneeuwshovel voorop. En dan zijn bullbars in Nederland verboden! Wat een monster is dit! Ik dwaal wat rond, bel Annemari op en ze loopt me tegemoet. Inmiddels zijn er fikse blaren op mijn hielen gekomen, die ik nog ken van de eerste dagen dat ik deze schoenen had en van mijn tripje Stockholm. Stug doorlopen werkt het beste. Ik ontmoet Heikki Timonen, mijn begeleider, en Annemari leidt me rond door de school. Ik krijg zelfs een ticket voor cheap lunches (die zijn standaard wel 8 euro maar kelderen met dit ticket naar 1,60!) Je mag ook warm eten opscheppen, dus voor die paar euro ga ik lunch en avondeten mooi omkeren.

Annemari en ik nemen de bus naar de stad. Ze laat me een aantal haltes zien waar ik uit kan stappen. Ik ga vanaf de stad naar Kodin1, een Finse Kwantum. Ik stap in bus 8 en probeer op mijn beste Fins de naam van de winkel uit te spreken, maar de chauffeuse begrijpt me niet. Toch ga ik maar zitten. De bus gaat gelukkig de goede kant op en ik stap op tijd uit. In de verte zie ik de winkel al liggen. Echter, ik moet nog wel 500 meter over de parkeerplaats door 40 cm hoge sneeuw! De Kodin1 is een leuke winkel, als je alle wanden met designerspullen voorbij loopt. Ik scoor een cheap dekbed van 16,50 en een dikke badhanddoek voor het douchen. Net te laat voor de bus van half vier, dus ik kijk nog even rond en vind een supermarkt. Daar haal ik wat kleine dingen en eten voor de avond. Tijdens de rit terug beland ik in de file. Het is vier uur! Tja, spitsuur hier in Finland.

Mijn huisgenotes zijn thuis. De ene komt uit Lapland en is erg zwijgzaam, ze kan weinig Engels. De andere komt uit Oulu en huist hier tijdelijk, tot haar eigen appartement is bekomen van waterschade. Ze is wat spraakzamer. Het is duidelijk dat ik hier tussen de ‘locals’ zit en dat Engels praten meer voorkomt in de studentenflat Otokylä waar eigenlijk alle exchange students een plekje krijgen. Ach, loopt wel los. ’s Avonds eet ik mijn magnetronmaaltijd en internet wat. Allemaal mensen willen me op Skype spreken. Ondertussen maak ik mijn huur over aan Psoas, want er werd op gehamerd dat het elke vijfde van de maand binnen moest zijn. Na tienen vind ik het echt wel welletjes want ik ben supermoe en wil slapen. Ik hang nog even in de keuken terwijl ik een mandarijn opknabbel, praat wat met Sanna en Marjo en ga slapen.