CCC

2023
3 dagen Familie, Hacken

In het kort

Na de laatste uitbundige CCC volgden stille jaren overschaduwd door het corona-virus. Maar de CCC wordt weer georganiseerd, ditmaal weer in Hamburg! Tot mijn verbazing waren er zelfs nog kaarten. Dus ga ik erheen…

maandag

De week voor de CCC is hectisch. De laatste werkdagen, borreltje hier, etentje daar… en na een ogenschijnlijk kalm weekend met Michel zitten we dan op dinsdagavond bij zijn moeder voor haar verjaardag. Gelukkig – alsof ze wist wat ik ging plannen – viert ze het een dag voordat ze echt jarig is. Mijn tas ligt thuis al op tafel, alle outfits ingepakt, alle geeky dingetjes bij elkaar geraapt. We slapen die nacht in mijn huis, opdat de poezen nog even aandacht krijgen en Michel de komende dagen alleen voor eten langs hoeft te komen.

Iets in me vindt het ironisch, dat ik deze stroom aan hectische dagen ga opvolgen met vier nóg hectischere dagen. Gelukkig heb ik mijn treintickets met korting kunnen kopen (Enschede en Hengelo zijn Duitse stations!) en heb ik geluk met mijn slaapplek: nichtje Sarah is met haar gezin naar familie in Spanje (dat is wel jammer) maar daardoor kan ik wel in haar huis verblijven, want haar zus Hanna leent mij de sleutel. Ik heb een heel appartement voor mezelf, met zacht warm bed, at no cost!

woensdag

We hebben vannacht bij mij thuis geslapen, niet erg goed, maar het moet maar. Ik pak de laatste spulletjes in, we ontbijten, en dan gaan we om tien uur met de auto naar station Hengelo. Michel parkeert naast zijn kantoor, wat een gemak. We kopen nog even een pak stroopwafels bij de Albert Heijn op het station, en dan wandelen we door de kou en wind naar het perron waar de Duitse boemel zal vertrekken.

Ik zie in het kantoor Mike zitten, voorheen mijn werkgever. Hij is gefocust op zijn scherm en kijkt niet terug. Ik heb deze boemeltrein vaak zien staan toen ik nog bij Epartment werkte. Nu stap ik er echt in. Michel staat te koukleumen, dus ik geef hem een stevige knuffel en een kus en ga dan zitten.

De boemel vindt zijn weg noordwaarts, langs Oldenzaal, naar Bad Bentheim. Het zit behoorlijk vol. Een Nederlands-Engels koppel tegenover me wil ook eigenlijk niet hun spullen van de bank halen voor een dikke Duitse man, wat onbeschoft. Ik word omringd door jongeren die, van wat ik op hun telefoons zie, naar Bad Bentheim zijn gegaan om hippe foto’s van zichzelf op een brug te maken.

Vrij snel, in een uurtje, bereiken we Osnabrück al. Het voelde als een busritje. Ik steek over op het winderige perron en zie dat dit echt wel een station met meerdere lagen is. Ik moet naar boven, maar daar kan ik alleen op het koude perron wachten. Lijkt me geen goed idee. Daarom wacht ik een twintig minuten in de verwarmde wachtruimte en wandel dan rustig naar mijn ICE.

Het is een volle trein. Ik had beter kunnen reserveren, maar here we are. Ik vind gelukkig een plek voor mijn trekkingrugzak in het bagagerek, en een plek voor mezelf naast een aardige dame. Lezend komen we de tijd door. Na een paar uur bereiken we Bremen, Hamburg, en dan op Dammtor is het mijn beurt om uit te stappen.

Hanna staat me al te wachten. Na een dikke knuffel en blij gekwetter gaan we eerst naar Sarah’s huis. Ze laat me binnen en toont me snel waar alles is wat ik mogelijk nodig heb. Prima. We kletsen nog even bij over van alles dat intussen gebeurd is, en Hanna vertrekt weer naar haar nieuwe appartement. Ze zal daar de komende dagen klussen.

Ik pak uit en richt mijn kleine rugzakje in voor het eerste bezoek aan de CCC. Het duurt allemaal wat langer dan verwacht, maar tegen vieren ben ik weer op locatie. Er is geen rij voor de polsbandjes meer, ik heb hem zo. Ik wil eigenlijk gelijk naar een lezing, maar ik verdwaal direct. Andreas appt me waar ik ben.

Ik denk dat een beginnerscursus CCH me goeddoet, dus ik verschans me bij ChaosPost (het interne postkantoor) en laat Andreas me daar vinden. Samen vertrekken we naar een lezing. Het is echt een wirwar van gangen en routes, veel minder logisch dan de Messe Leipzig met z’n strak rechte stratenplan. De zalen liggen hier onder en naast elkaar als in een bioscoop. Ik grap dat ik aan het einde van deze vier dagen eindelijk zal weten wáár alles ligt, en dan kan ik weer naar huis. Ook merk ik op dat zaal G, oftewel ‘de G spot’ wel het moeilijkst te vinden is van allemaal. Andreas moet toch tegen zo’n grapje kunnen, maar hij kijkt best verwilderd.

We kijken een talk en gaan dan buiten op zoek naar wat te eten. Er is een Thais standje, waar de Mango Lassi’s een prachtige 4 euro kosten (hey, het is een beurs…) met inmiddels een enorme rij aan wachtenden. Buiten zijn nog meer standjes, weet Andreas. Daar zijn ook zijn vrienden; die willen graag elders, in een restaurant eten. Dus verzamelen we buiten, ieder haalt zijn jas (ik ontvouw die uit mijn tasje) en we gaan de straat op. Eén van de vrienden (die ik kennelijk vorige keer al heb leren kennen, al was dat vier jaar geleden) was zo eigenwijs niet zijn jas mee te brengen. Die regent in een mum van tijd helemaal nat, dus die neemt de afslag station en gaat naar de McDonalds. Wij lopen door en komen bij een prachtig vol restaurantje genaamd Green Papaya aan. We krijgen nog net een tafel voor vijf en eten er heerlijk. Ik drink zoals het daar hoort, papayasap. Net vandaag over in een boek gelezen.

Na het eten gaan we terug en kijken nog wat talks. Laat in de avond zal ook een show zijn – niet Hacker Jeopardy, want ze hebben iets nieuws experimenteels bedacht. Echter, als ik net tien minuten in de zaal zit, appt Andreas me van ergens elders (heel attent) of ik aan de laatste bus terug heb gedacht. Snel zoek ik die op, en verrek, die gaat in vijftien minuutjes. Daarna gaan er wel per uur nachtbussen, maar eigenlijk klinkt de normale bus me beter.

Dus kijk ik de show niet en spring op de bus huiswaarts. Het is donker, koud en regenachtig, maar het is heerlijk om in een warm appartement aan te komen en alles voor jezelf te hebben. Ik poets mijn tanden en duik lekker mijn bed in.

donderdag

Vandaag probeer ik op tijd wakker te worden, maar poeh, zelfs al was het niet laat gisteren, het voelt nu nog te vroeg. Ik heb weer ruzie met het rolgordijntje, maar heb nu een soort hack gevonden om hem weer te laten oprollen tot bovenaan.

Ik zoek in de keuken naar wat brood (helaas, gisteravond niet meer kunnen kopen) en maak koffie met mijn HandPresso. Dat gaat allemaal redelijk. Het brood is taai, maar met een beetje honing wel te eten.

Het lukt me niet om op tijd bij de eerste lezing te zijn. Hij is ook in Saal 1, waarvan ik telkens denk dat die gewoon rechtstreeks bij de ingang is, maar niets is minder waar. Je volgt de pijlen de trap op, dan door een kluwen mensen, nog een trap op, en dan opeens sta je voor de zaal. Bonus: je bent dan ook gelijk dicht bij de ‘onbereikbare’ zaal G, die ernaast ligt.

Ik sluip binnen en trek mijn jas uit aan de zijkant van de zaal. Snel prop ik alles in de tas en ga naast een jongen in het publiek zitten. Ik merk op dat Saal 1 zo luxe is, dat er in alle stoelen onder de armleuning een stopcontact zit. Hendig voor het opladen van je telefoon en laptop!

Na de lezing draal ik even rond en probeer dan in zaal G naar een leuke andere lezing te gaan, maar helaas. De zaal zit al vol. De Engel voor de deur probeert de laatkomers buiten te houden, maar kan niet tegelijkertijd checken of er binnen, door een defragmentation dance, nog plaats vrij is gekomen. Dus hij houdt ieder van ons tegen. En hoewel ik dat eerst in mijn eentje was, staan we er nu al met z’n tienen. Ik voorzie dat ik tussen al die brutale mensen niet meer degene ga zijn die als eerste binnenkomt, dus ik taai af.

Ik ga naar beneden naar ChaosPost en schrijf leuke kaartjes. Ze kunnen ook gelijk op de post. Een paar kaartjes houd ik voor mezelf. Het wordt weer tijd om naar een lezing te gaan, dus ik probeer snel naar Saal G te komen. Ik loop verkeerd en kom veel te laat bij de zaal aan. Wéér is hij dicht, en wéér wil de Engel ons niet binnenlaten! Ik heb er genoeg van.

Ik pak mijn telefoon en bel Hanna. Ze is nog in haar nieuwe appartement, klaar met schilderen, maar wil best wel even blijven. Ik kan binnen 25 minuten daar zijn, dus ik beloof dat en spring op de trein naar Altona. Inderdaad, doordat het verkeer meezit ben ik ook echt gauw daar. Ik loop rechtstreeks naar de Ikea, zoals ze heeft aangegeven, en vind dan haar appartement snel genoeg. Ze heeft echt niets te veel gezegd; het is er gelijk om de hoek (desondanks midden in een drukke winkelstraat) en vanaf haar achterbalkon kun je het dak van de Ikea gewoon zien. Ze zegt me ook al dat dat de ergste valkuil zal zijn; ze wil eigenlijk hier niet té veel spullen, en graag tweedehands, maar… ja die Ikea zit zo dichtbij.

Ze geeft me een rondleidinkje door haar nieuwe, grote appartement, waar ze samen met Yannick zal gaan wonen. Het is nog kaal, maar het is heel mooi gelegen voor een stadsappartement. Als ik er over een jaar terugkom, belooft ze, is het helemaal spic-and-span ingericht. Aansluitend stelt ze voor om dan bij Ikea te gaan lunchen. Goed idee!

We zetten ons in het restaurant van de befaamde winkelketen en nemen beiden een pompoensoepje. Ik sluit af met groene jellypudding waar Hanna ook een hapje van neemt. We kletsen wederom bij. Hanna gaat met me mee naar het station, want ze wil wat winkelen in het centrum. Na kerst is alles goedkoper, zegt ze. Ik wil bijna mee, maar bedenk me dan hoe vol mijn kasten al zijn. Hanna gaat wel even mee naar de CCC. Ze mag binnen tot aan het lintje, dus ze kan even rondkijken hoe groot en modern het gebouw geworden is. Ze was hier in het verleden al eens voor een CCC-feestje. We zeggen weer gedag, zij gaat de stad in, ik het gedruis hier.

Ik volg aansluitend een aantal talks, houd een beetje app-contact met de Duitse vrienden. Dan maak ik een rondje door de assemblies, want ik had het nog niet gezegd, maar Jelle bestookt me vanaf thuis met nieuwsgierigheden naar de CCC, en ik moet van hem even de groetjes gaan doen bij de DIVD. Ik vind dat altijd zo’n loze term, ‘de groetjes gaan doen’ maar hé, ik zal mijn neus daar even laten zien. Als ik ze herken tenminste, want ik heb ze alleen twee jaar geleden op MCH op een podium zien staan.

Ik wandel door de assemblies, een beetje verlaten, kan de Nederlandse enclave ook niet echt vinden. Dan stuit ik in een hoekje op de DigitalCourage stand, die ik van járen terug ken. Toen hadden ze een hoekje om een LichtbildAusweis te laten maken, en dat heb ik toen gemist. Het was toen tien euro, nu vijftien… maar ik wil er nog steeds één. Dus ik ga in de rij staan en volg de gesprekken. Ik blijk naast een Nederlander te staan, en er komen nog een Nederlandse dame (Marieke) en heer bij. Ze blijken van de DIVD te zijn! Dus mooi, heb ik die gevonden.

Zodra we ons LichtbildAusweis in bezit hebben brengen ze mij naar de Nederlandse enclave (surprise: heel veel bekende gezichten!) en blijf daar een tijd hangen. Nederlanders lopen af en aan, ik drink mijn eerste Tschunk van het evenement, klets wat bij met één en ieder. Dan wil ik naar het toilet, maar ga eerst mijn glas inleveren (voor Pfand). Bij de bar kom ik Marieke weer tegen, en die bestelt prompt nog een Tschunk voor me. Ik geef haar maar een slokje, wat een gift zo ineens. Ik hoefde niet heel nodig naar het toilet, dus laat nu maar. Ik drink mijn Tschunk bij de enclave op, en dan is het toch echt tijd om die nachtbus op te gaan zoeken.

De nachtbus is mudjevol, maar hij rijdt wel lekker rechtstreeks naar mijn bestemming. En dan kan ik mijn bedje in!

zondag

Vandaag wil ik wel op tijd zijn voor de eerste lezing om elf uur, maar ik moet vooraf – of tussendoor – nog even wat errands runnen. Geplande taakjes doen dus. En dat kan beter bij Sarah om de hoek, dan in het centrum, want als ik dingen koop moet ik er de hele dag mee rondlopen. Dus, eerst even rondje om het blok hier.

Ik eet ontbijt – nieuw brood, helaas wel van dat Duitse brood dat praktisch roggebrood is. Ik smeer er honing op, zet koffie. Pak mijn tasje vol en ga eerst maar eens naar de winkels hier.

Ik loop noordwaarts, rechtsom, en kom in het winkelstraatje waar ook de U-Bahn stopt. Ik moet nog een blokje om en dan ben ik er: Cupcake Heaven. Een ogenschijnlijk klein onbekend zaakje waar ze heerlijke gebakjes verkopen. Duur ook. Dus ik koop een Wertbon – waarop ik word gecorrigeerd, het is een Gutschein – van een tientje. Door naar de supermarkt, maar eerst kom ik langs de boekwinkel. Ik weet dat Sarah en Marcos een jaarplanner hebben waarop ze hun eigen en gezamenlijke afspraken schrijven. Er moet vast een nieuwe komen, dus geef ik ze die cadeau. Ik koop een gelijkende en neem hem in een dubbel papieren tasje mee. In de supermarkt ga ik direct naar de kassa, waar een goed geluimde grijsharige dame me helpt. Ik wil een cadeaukaart van 40 euro en ik wil pinnen. Eerst zoekt ze die betreffende cadeaukaart, want die ligt alleen nog bij andere kassa’s. Dan mislukt het pinnen. Achter me vormt een rij. ‘Weet je wat, ik ga wel even naar de ATM buiten’. Zij belooft de kaart te bewaren, ik ga buiten pinnen, en sta even later weer aan haar kassa. Maar de rij is amper weg – haar kassa is na mijn mislukte pintransactie ‘gejammed’!

Een oude heer voor me lacht hartelijk. ‘Dat krijg je met zo’n Nederlandse bankkaart. Die doen dit altijd.’ ‘Gek’ zeg ik ‘Ik pin in Gronau ook bijna wekelijks bij de Edeka en daar doet hij het prima.’ ‘Maar het zijn ook al die hackers in de stad’ vertrouwt hij me toe. Daarop steek ik mijn pols omhoog en toon hem het CCC-polsbandje. ‘Daar behoor ik ook toe.’ Met grote ogen doet hij een stap achteruit.

De kassa wordt gelukkig door een oppermanager ge-un-jammed en dan kunnen we weer. Pinnen mag ik die beurt niet, ik betaal ook rustig contant.

Ik breng alle spulletjes thuis, leg de cadeaukaarten in zicht op tafel, en vertrek naar de CCC. De kaartjesautomaat in het U-Bahn-station wil mijn pinpas ook al niet slikken. Na herhaaldelijk aandringen krijg ik toch een Nahverkehr-kaartje. Ik loop weer naar boven en stap op de bus naar de Messe. Uiteraard heb ik de talks die ik wílde volgen, gemist…

Dus wandel ik eerst maar naar de tafels waar DIVD zich verschanst, in de assemblies. Daar zet ik me rustig aan tafel tussen de mensen, eet wat negerzoenen, luister naar mensen. Tegen twee uur ga ik naar Saal 1 om daar een talk over ‘Social Engineering’ te kijken. Die is best leuk.

Daarna hobbel ik naar zaal G. Die kan ik inmiddels wél vinden, en gelukkig ben ik op tijd. Een talk over bijzondere Gamma Ray bursts (en BOATS, deze grap is leuker in het Engels) begint. Twee wetenschapsters in de astrofysica vertellen ons hoe leuk het ontdekken van zulk soort erupties is.

Na de talk blijf ik zitten, want er komt er een achteraan over ons zonnestelsel in z’n geheel. Een aardige wetenschapper met een enorme pluisbaard vertelt ons enorm amusant over al onze planeten, want ja – hoeveel zijn het er nou eigenlijk? Ooit hadden we er acht, toen werden het er negen (fair), tien, elf, twaalf, twaalfhonderd (!) en nu mag Pluto niet meer meespelen, maar ontdekken we wel allemaal waardig gruis ver achter Neptunus – dat we weer niet willen laten meetellen, want voor we het weten zitten we weer op twaalfhonderd! We lachen wat af tijdens de zeer duidelijke en vermakelijke talk.

Ondertussen gaan er over de 37C3 groepsapp, waar ik door Andreas aan toegevoegd ben, al allemaal berichten over uit eten gaan. De club wil weer graag naar Green Papaya aan de overkant van de straat, waar we woensdag ook zaten. Liefst snel ook, want zodra de Jahresruckblick in Saal 1 voorbij is, zal de chaos losbarsten en wil íedereen eten. En we waren met z’n 16.000’en, herinner dat goed, dus we moeten in het restaurant zitten voordat de meute daar kan zijn.

Ik wandel bij de laatste vragen weg uit de planeten-talk, en beloof de vrienden om binnen tien minuten aan te schuiven. Snel haal ik mijn jas, buff, en baret uit mijn tas (ik ben echt vliegensvlug geworden in omkleden naar deze zeer compacte overkleding) en stap stevig door naar het restaurant. Daar schuif ik als laatste aan, de groep heeft al besteld. Ik weet snel een mango lassi te krijgen en vraag er een bord mixed sushi achteraan. Ik krijg mijn gerechten vlak na mijn tafelgenoten, mooi zo.

Ik eet stevig door, maar sushi en mango lassi vullen toch wel. Meike, die naast me zit, informeert langs haar neus weg of het smaakt. Ik wijs wat sushi aan en realiseer me dan de hint. ‘Wil je dat ik dooreet?’ ‘Nou ja sommige mensen willen om 19.15 bij de volgende talk zijn’. Well played, denk ik, maar hey het is fair, zij waren hier op tijd. Ik zeg dat ze wel mogen afrekenen en me achterlaten, maar de groep staat er dan weer op dat we samen vertrekken. Dus ik eet lekker door aan mijn sushi en in een mum van tijd kunnen we afrekenen en vertrekken. Het restaurant helpt ons door ons allemaal apart af te laten rekenen, wij helpen hen door allemaal apart fooi te geven. Ik zeg je, met een groep van zes loopt het totaal aan fooi al gauw op tot een kleine zevende maaltijd.

We wandelen terug over het kruispunt. Er steekt toch wel wat wind op, brr. De Duitsers blijven fanatiek Engels praten in mijn bijzijn, ook al weten ze dat ik hun Duits prima kan verstaan. Ach ja.

We bereiken de CCC en gaan ons weegs. Ik ga helemaal naar boven naar zaal Zuse, voor het eerst, en ontdek dat het een heuse bioscoopzaal is. Ik vlei me in een zachte donkerblauwe fluffy stoel en hoor een verhaal aan over het preserveren van digitale kunst. Het probleem van digitale kunst is dat de hardware waarop het draait, op een dag uit de running raakt. Houd je dan je systeem? Houd je een backup? Koop je heel eBay leeg om al die archaïsche apparaten achter de hand te hebben?

Ik zit er een beetje bij zo van ‘waarom maak je überhaupt digitale kunst… en waarom maak je die digitale kunst dan zo specifiek afhankelijk van één type device’? Ik zie hier redenen waarom ik op de AKI nooit wild werd om hetgeen ik goed kon tot kunst te verheffen: het was simpelweg niet bestand tegen de tand des tijds, en dat vind ik wel een grondbeginsel van kunst. Hoeft niet, maar voor mij wel.

Het is een vermakelijke talk en ik ben weer geïnformeerd. Voor techneuten die respect hebben voor kunst: er is een wereld aan banen in de preservatie, ga je gang.

Daarna wandel ik rustig naar zaal G, hoewel, … rustig? Mijn onderbuik laat opeens wild van zich horen. Al die rare snacks die ik de laatste dagen heb gegeten, afgetopt met kakelverse sushi… daarvan is batch één nu klaar om mij weer te verlaten. Ik richt me op zaal G, maar zoek tegelijk even een zeer ver verscholen toiletblok met een liefst heel korte rij. Gelukkig. Na tien misleidende bordjes (jawel, ook de toiletten rondom Saal G zijn onvindbaar) zie ik een damestoilet met een korte rij en drie hokjes. Na even ongemakkelijk wachten verschans ik me in het achterste hokje dat vrijkomt en blijf daar vijf minuutjes. Dan kan ik goed geluimd de zaal in. Ik ben gelukkig nog op tijd!

Ik zit naast een Zwitserse jongen en zijn maat. Ik herken hun afkomst aan hun heerlijke accent. De talk gaat over het emuleren van wat er op een Game Boy (ja, dat doosje uit 1990) -scherm afspeelt, op andere devices. De spreker is werkelijk handig. Hij heeft een eigen PCB laten maken met een gestandaardiseerde mini Raspberry-chip erop. Door die tussen de Game Boy en het spelletje te klikken, kun je de beelden opslaan in het geheugen op de PCB, en daarna uitlezen. Het is echt geweldig leuk, helemaal wanneer hij ter voorbeeld het spelletje Prehistorik laat zien. Dat heb ik gespeeld als kind! Ik kan het gelukkig een beetje delen met mijn Zwitserse buren.

Daarna blijf ik zitten, want er komt een leuke talk aan (achteraf één van de populairste van deze CCC): hoe bouw je een onderzeeboot (en blijf je leven)? Mijn Zwitserse buren zijn ook blijven zitten, ze lijken het wel gezellig te vinden naast mij. Vol enthousiasme laten we ons meevoeren in het verhaal van twee Duitse jongens die zelf een U-Boot hebben gebouwd met als basis een grote gastank. Jawel, die hebben ze gewoon op eBay opgesnord, uit iemands voortuin gehaald, en thuis helemaal tot een duikboot verbouwd. Na veel hilarische ongemakkelijkheden, tests, vervoer naar een meertje, én aanvaringen met de havenpolitie… konden ze eindelijk duiken! Ze krijgen echt meermaals applaus om al hun toeren.

Eigenlijk wil ik hierna nog een talk blijven zitten, namelijk één over een emulator voor Apple-devices, maar… mijn hoofd is gaar, en mijn buurmannen vertrekken ook. Ik wandel de zaal uit en lees in mijn app-groepje dat er al Tschunks gehaald worden. Het is ook bijna twaalf uur! Andreas heeft zelfs al een Tschunk voor mij gehaald, of ik even naar beneden naar de Uptime Bar kom? Dat kan ik natuurlijk niet afslaan…

Als ik de groep eenmaal vind is mijn Tschunk al gesmolten. Dat maakt ‘m alleen maar beter, want je krijgt eigenlijk een glas vol ijsblokjes, met een beetje Club Mate en nog minder rum. Maar zo verworden tot vloeistof heb je dan een boel te drinken! Ik wijs de jongens op de U-Boot, die gewoon pal naast ons in deze hal staat, en vertel ze hoe leuk de talk was. Daarna lopen we met onze Tschunks een rondje door de assemblies. Ik laat ze de Nederlandse assembly zien en ze snaaien mooi even stroopwafels.

Eerst gaan we naar de garderobe en pikken daar Meike en wat jongens op. Dan gaan we een zaal in waar een soort rave party aan de gang is. Ik kan prima dansen met mijn rugzakje op mijn rug (met laptop, jas en alles erin!), ik heb mijn oordoppen in, dus go. Het is ongeveer de slechtste plek om met Andreas een gesprek over relaties te filosoferen, maar we doen het wel. Na een tijdje worden we moe van het feestje en doen een rustig rondje door alle hallen heen.

We willen wel even naar de Klo-Party (ja wat nu weer?) ja echt, op de toiletten achter de assemblies wordt een apart feestje in de toiletten gehouden. Daar moet je toch gewoon geweest zijn? Het is wel een Maskenparty dus we grabbelen een fris FFP2-masker uit de voorraad, snoeren ons in en begeven ons naar de toiletten op -1 . Het blijkt, er is één toilettenblok ongemoeid gelaten, en daar kan ik ook mooi even een pipi doen. In het blok ernaast staan twee DJ’s de boel goed aan het dansen te krijgen. Ik dans me een weg richting de wc-hokjes en tref pardoes twee Nederlanders. We steken de draak met een stel Britten door Nederlandse woorden door ons gesprek te gooien. Na een vermakelijk onderhoud ga ik met mijn Duitse vrienden weer naar boven.

We hebben het nu wel even gezien qua drukte. De oordoppen kunnen weer uit, het mondkapje af, we gaan een grote ronde door het hele gebouw doen. Rumor has it dat er boven bij Saal Zuse leuke relaxte muziek gedraaid wordt. Dus hobbelen we naar boven, nog altijd met een smakelijke Tschunk in onze hand. Inderdaad, op het tapijt naast de zaal draaien twee DJ’s leuke deuntjes. Er staan een twintigtal mensen, voornamelijk op sokken, te dansen. In de hoek is zelfs een stel bezig met iets van lindy hop.

Vanaf hier kunnen we uitkijken over de bovenste ring van de vide. De hele welkomsthal is in enkele dagen vol rook uit de rookmachine komen te staan (hoe dit met de sprinklers geregeld is, geen idee) en vanaf waar we staan lijkt de hele hal één grote kleurige vage droomwereld.

We zetten onze lege Tschunk-glazen aan de kant, we dansen, denken niet echt meer na. Ik informeer Andreas nogmaals dat ik nog altijd geen ronde drankjes heb gehaald, en dat als iemand geld wil zien, ik het via hem wel vereffen. Hij wuift het weg, dat hoeft niet. Oké. Leuke nieuwe vrienden, wat kan ik zeggen?

Na een half uurtje check ik even hoe laat de nachtbussen gaan. Enerzijds wil ik deze laatste avond nog lekker lang blijven, anderzijds wil ik die laatste bus echt niet missen. Plus ik begin gewoon een beetje moe te worden, ik ben geen twintig meer. Er gaat over tien minuten een bus – dat zou rennen zijn – en over veertig minuten. Andreas informeert naar mijn plannen. ‘Als ik nu ga, krijg ik spijt’ lach ik hem toe. Maar dertig minuten later vind ik het dan toch echt wél welletjes. De groep gaat nog een rondje door de zalen doen, en ik ga richting huis.

Ik heb deze dag Hanna’s advies opgevolgd en geen dagkaart gekocht. Met twee enkeltjes ben ik goedkoper uit als ik ook daadwerkelijk maar twee ritten maak, en vandaag was dat zo. Ik voer de kaartjesautomaat bij de Dammtor bushalte al mijn kleingeld en krijg een enkeltje terug. Detail is wel dat ik niet direct de nachtbus heb, maar een bus naar Gänsemarkt, waar ik dan het best de U2 nemen kan. Leuk, denk ik, terwijl ik evenlater in het duister het verlaten marktplein oversteek. Maar waar is de ingang van deze U-Bahn dan? Gelukkig vind ik hem ergens in een hoek onder een gebouw en haast me snel naar de eerstvolgende metro. Hop, naar huis, naar bed…

dinsdag

Verbazend genoeg word ik deze ochtend fris en fruitig om negen uur wakker. Wat een verrassing, na zo’n lange feestnacht. Ik lag om drie uur in mijn bed, met alcohol op, en heb dus maar net zes uurtjes geslapen. Nouja, zodra je wakker bent moet je het er van nemen ook.

Ik heb me voorgenomen Hanna even een update te sturen, want zij wil weten waar ze vandaag aantoe is. Dus ik zet in een appje uiteen hoe laat ik waar wil zijn en hoe laat mijn trein vertrekt. Ze reageert al snel, met het voorstel om de sleutel bij haar huidige huis te brengen, want daar zal ze tot in de middag met een vriendin eten aan het koken zijn. Prima, haar huis ligt voor mij op de route, komt vast goed.

Ik werk mezelf uit bed en pak mijn trekkingrugzak alvast voor een deel in. Ik loop zorgvuldig de badkamer, keuken en woonkamer na, om zeker te weten dat ik daar geen spulletjes heb achtergelaten. Ook prent ik mezelf al in, dat ik áls ik straks hier terugkeer, vast haast zal hebben – je zult zien, zo loopt het altijd! Dus ik moet echt zo veel mogelijk klaarleggen en opruimen. Gelukkig is de eerste en enige talk waar ik heen wil, pas om 13.00 vandaag. Ik doe een afwasje, plaats de cadeaukaartjes duidelijk midden op tafel, en loop weer terug naar de keuken. Daar spot ik tot mijn schrik al een nieuwe jaarkalender – net zo eentje als dat ik voor Sarah en Marcos heb gekocht! Ik aarzel geen moment en pak de door mij gekochte kalender weer in. Die gaat zo terug.

Daardoor loopt mijn planning wel uit: ik ben pas tien over half twaalf bij de boekwinkel, waar ik gelukkig direct de kalender zonder omhaal mag retourneren. Vanaf daar kan ik gelijk op de bus naar de CCC, maar de talk haal ik al niet meer. Hij is ook maar 30 minuten, en om daarvoor nou helemaal naar Saal 1 bovenin te lopen… ik pieker erover terwijl ik het plein naar de beurs oversteek.

Plots zie ik Bart de Belg, en Elger. Ze lopen samen net weg, dus ik hobbel ze achterna en zeg hallo. We lopen daarop gedrieën naar wat blijkt, de McDonalds. Bart verklaart zichzelf bankroet on the spot, en Elger is gewoon mee omdat hij honger heeft in hamburgers. Ik verklaar ze voor gek dat ze dan naar een burgertent gaan, maar hé ieder z’n meug. Pratend gaan we naar binnen, de heren bestellen hun snaai, en we lopen weer terug. We gaan bij de assemblies zitten. Bart heeft een plekje een paar rijen verderop, ik denk bij een Belgische space. Terwijl hij zijn snacks opeet praten we bij over het leven, en het wel en wee van hackerspaces.

Ik verhuis nog even naar de DIVD-tafel, maar wil dan weg. Ik had mezelf voorgenomen om tóch nog even te gaan winkelen. Daarvoor pak ik de bus naar Rathausmarkt. Het plein is, in tegenstelling tot vorig jaar, leeg. De kerstmarkt is alweer opgeruimd. Ik wandel naar de Europapassage en baan me een weg door de meute shoppende mensen, helemaal naar de New Yorker. Ik wil gewoon daarheen, omdat ik er vorig jaar ook wat aardigs heb gekocht, ondanks dat het een verschrikkelijke fast fashion-keten is. Ik loop ditmaal wat rond, maar ben verschrikkelijk teleurgesteld in de kwaliteit en snit van alle mode. Bovendien hangt alles er voornamelijk in maat XS, en heb ik, na een rok gepast te hebben, duidelijk maat XL. Dit is geen winkel voor mij. Heidi, ga weg. Dat moet ook, want het is inmiddels tegen 15:00 en ik moet nog terug naar Sarah’s huis. Zie? Het zou haasten worden, ik wist het.

Ik hop ondergronds bij de metrohalte Rathaus, waar ik vorig jaar een zwerver mijn leftovers van Erdapfel gaf. Ik kan nu twee kanten op: de U3 naar Schlump, of de U2 naar Sarah’s huis. Het perron van de U3 begint hier recht voor mijn neus, die van de U2 liggen verder, buiten zicht. Ze brengen me direct naar huis, maar… wat als dat stiekem een heel eind lopen naar een heel ander station is? Ik maak een snelle keuze en stap in de net arriverende U3. Gelijk besef ik dat deze keus een volgende consequentie heeft: deze U3 rijdt helemaal langs de Speicherstadt, Landungsbrücken, en dan pas naar het noorden. Ik zucht en blijf maar gewoon zitten. Heb ik dit ritje deze winter ook nog eens gemaakt. Als we bij Landungsbrücken bovengronds komen maak ik wel mooi wat foto’s van de ondergaande zon boven de Elbe. Ach, ik kom vast nog wel op tijd thuis.

Op Schlump moet ik overstappen, maar de app geeft me aan dat ik beter een bus dan een volgende metro kan pakken. Goed, doe ik dat. Ik ren naar buiten en rijd met de bus een paar stops mee. Dan nog een stukje van de halte naar het huis… echt, de afstanden lijken kort, maar voor je het weet heb je toch weer een kilometer extra gelopen.

In huis pak ik snel mijn kleine rugzakje om in mijn grote, stop alles bijeen, check nog ten laatsten male alle kamers. Yep, ik kan gaan. Mijn trekkingrugzak voelt vervelend zwaar na al die dagen met het kleine rugzakje. Maargoed, we gaan ook naar huis.

Ik begeef me met enige haast (en dat op hakken) weer naar de metro. Wat zal ik doen? Hanna heeft me een busstop aangeraden, maar de bus komt in 5 minuten, en de metro in 2. Bovendien moet een bus op zaterdagmiddag door het drukke verkeer, en kan een metro gewoon ondergronds doorknallen. Het wordt de metro. Ik reis een paar stops mee tot net voor Hanna’s huis en loop het laatste stuk. Het wordt al schemerig. Hanna is niet meer thuis, maar ik mag de sleutel in haar brievenbus doen. Daarna ren ik weer terug en stap bij Schlump op de bus. Keurig om vijf uur ben ik op station Dammtor… waarom dacht ik ook dat ik het niet ging halen? Hier in Hamburg is op een zaterdagmiddag alles dichtbij. Mijn voeten doen inmiddels wel goed pijn, en ik ben ook aan wat eten toe. Ik merk dat ik door mijn suiker heen ben.

Op het station haal ik snaai voor onderweg en een broodje zalm. Dan opeens staan Andreas en zijn vriendin Angelica voor me. Zij vertrekken tien minuten voor mij, op hetzelfde perron, naar Berlijn. Ik maak kennis met Angelica en we praten wat over koetjes en kalfjes. Dan gaat hun trein, en weldra komt ook die van mij. Door de hoge glas-in-lood-ramen zie ik de neonletters van de CCC nog knipperen. Dag geweldig event…

Ik zit twee uur in de trein naar Osnabrueck. Ik lees, schrijf, stoor me aan rondrennende kinderen. Op Osnabrueck moet ik weer een half uur wachten. Dat is wel het mindere van dit station. Ik verschans me maar even in de boekwinkel en speur wat tijdschriften door. Een jaar-uitgave van een tram-magazine trekt mijn aandacht, maar het is 20 euro, dat vind ik te veel. Ik kijk dus maar plaatjes en leg hem dan weer weg. Tijd om terug naar het perron te gaan. Wat ben ik blij dat ik een warme muts en wanten heb!

Nog een uurtje boemelen in de trein, en dan ben ik in Hengelo. Daar staat Michel me al op te wachten. Ik beloof hem niet vier dagen in één uur te vertellen, maar ik doe het toch. Dat is dit reisverhaal. Tot de volgende!