Tsjechië

2011
3 dagen Vakantie, Werk

In het kort

zaterdag

In het weekend van 19-20 november heb ik het advies van de Pet Shop Boys in de wind geslagen en ben naar het oosten gereisd. Waarom? Omdat het kon. De reis was – hoe cliché ook – vele malen leuker was dan de bestemmingen. Hier komt het.

De aanleiding tot mijn reis was als volgt. Ik werk bij een softwarebedrijf met zo’n 60 man in Nederland, ’n paar in Duitsland en Frankrijk, en een ongeveer 10-koppig team in Tsjechië. We zien elkaar dagelijks via webcams, maar voor de goede samenwerking gaan we een paar keer per jaar naar Tsjechië en komen zij naar ons.

Ditmaal ga ik mee naar ons kantoor in Ostrava. De reis erheen duurt elf uur en vindt plaats op zondagochtend. Mijn reisgezelschap bestaat uit twee directeuren en een aandeelhouder. Ik vermoed dat ze vast belangrijke zaken hebben te bespreken, dus ben ik zo aardig om de heenreis zelf per trein af te leggen, langs Dresden en Praag. Wanneer mijn directeur ook nog een krabbel zet onder de declaratie van mijn te reserveren treinkaartjes, kan mijn reis niet meer stuk.

Zaterdagochtend, acht uur. Sander Reiding brengt me naar Hengelo. Na tien minuten koukleumen rolt de trein naar Hannover binnen. Ik bedank Sander uitbundig en zoek mijn stoel op. Slaperige mensen om mij heen. Ik heb een wiskundeboek en een Javascriptboek mee. Niet mijn favoriete onderwerpen, maar na uren in de trein snak je naar elke vorm van afleiding. De trein vertrekt en we suizen langs allerlei Duitse oorden. We komen ook langs de Harz, waar ik foto’s probeer te maken van de zielige eenzame bergkam die in de verte voorbijschiet. Ik vraag me af waar al de bergen gebleven zijn waar het gebied zo bekend om is (de Harz ligt ook ná Hannover… red.).

Voor ik het weet is het elf uur. We stoppen op station Hannover. Tijd om over te stappen in de trein die aan de andere kant van het perron wacht. Ik huppel naar mijn plaats en maak daarbij de passagier op de stoel ernaast wakker. Ik zeg kort hallo en laat de man slapen. Het wiskundeboek is pittig: ik moet elke zin vaker lezen om te snappen wat ze rondgoochelen met de getallen. Ik ben nog steeds zo slecht als vroeger, valt me niets tegen. Het landschap buiten de trein is plat, Nederlands haast. Zie je wel, wordt het boek toch interessanter.

Mijn buurman begint tegen me te praten en we voeren een aardig gesprek. Hij komt uit Basel en is universitair kinderarts in Dresden. Hij schetst me een kaart van Dresden en kruist allerlei historische trekpleisters aan. Ik heb op Google Maps de route naar het centrum al bekeken, maar dit is veel leuker. Ik verdwaal zelden ergens, verzeker ik hem. Hij haalt een heuse Streuschnecke uit zijn tas. Dat is een machtig lekker croissant-achtig broodje met een hoop suiker erop. Al moet je nooit lekkers van vreemde kerels aannemen, hier zeg ik toch geen nee op. Daarna kickt de afterlunchdip in en word ik pas wakker als we in Dresden arriveren. Mijn buurman wijst me de stationshal en zwaait gedag. Ik zoek even uit waar mijn volgende spoor is, en ga dan maar eens de stad in. Het is half vier, en pas om acht minuten over zeven gaat mijn trein naar Praag. Eens kijken of ik in het centrum wat kan zien en een hapje kan eten.

De eerste straten vanaf het treinstation zijn saai en hypermodern. Een promenade met grote Kaufhäuser ligt aan mijn voeten. Praktisch dezelfde winkels als in Nederland. Ik loop zo nu en dan eens een klein winkeltje in. Met een joekel van een rugzak voel je je nogal als een olifant in een porseleinkast. Na het oversteken van een paar ringwegen kom ik in het oude centrum. Hier worden de bouwwerken middeleeuwser en indrukwekkender. Bij moderne gebouwen is het enige indrukwekkende nog het kostenplaatje, als je het mij vraagt.

Na een grote poort te zijn gepasseerd sta ik opeens aan de kade van de Elbe. Ik word omringd door imposante kolossale bouwwerken tegen een grijze lucht. Ik klim op een bordes en schiet wat foto’s. Onderaan het bordes zitten twee mannen, waarvan 1 met een blauw plastic keyboardje dat geluid maakt als je op een slang blaast. Ze proberen wat geld te verdienen met de hakkelige deuntjes die de man speelt. Het leven kan toch zo simpel zijn…

Op het pleintje bovenaan de trap wring ik me tussen de hordes scholieren heen die per sé allemaal in kluitjes met elkaar op de foto willen. Ik spot een openbaar toilet onder aan de kade. Tijd voor een tussenstop. Het toiletje is ook weer zoiets. Je betaalt er netjes geld voor, het is schoon… maar er staat een grote besnorde man bij de wastafel die zijn armen en gezicht insmeert met… muggenolie met citroengeur. Buiten staat zijn kennis hem op te wachten. Wat is dit, ontgroeningsopdracht voor de Dresdense gangsterbeweging?

De avond is gevallen en de stad licht op. Het wordt tijd om op zoek te gaan naar een eetcafé. Ik weet op mijn route nog een paar trekpleisters aan te doen die mijn reisgenoot me heeft aangeraden. Inderdaad, het ziet er erg mooi uit, vooral de Frauenkirche die helemaal zachtgeel verlicht is. Ik zoek het restaurantje Gansedieb, waar ik op Lonelyplanet over gelezen heb. Ik ben de straatnaam vergeten, maar loop er zo plotseling tegenaan. Tegenover zit ‘Die Fliegende Hollander’ waar zo te zien gewoon Nederlands te spreken is. Da’s geen uitdaging en het zal wel tjokvol zitten met toeristen. Op naar Gansedieb, waar ik een lekkere pannenkoek met spinazie en feta eet. Ik ben ruim op tijd weer onderweg naar de trein, haal als toetje een Streuschnecke, en winkel wat.

Station Dresden, zeven uur, ijskoud. De trein naar Praag rolt binnen. Ik vraag de conductrice waar ik kan gaan zitten, want ik heb wel een kaartje, maar geen stoelreservering. Ze verstaat me niet. Duits dan? Ook niet. Begint goed! Ik ga in een donkere couchette zitten in de hoop dat de lichten aangaan zodra we gaan rijden. Dat gebeurt niet. Daarom wandel ik maar naar een verlichte couchette, waar al een Chinees meisje zit. Ik ontdek ook een stopcontact, waaraan ik mijn telefoon kan opladen. We hangen onderuit en ik geniet van mijn hoofdpijn. Een couchette verderop feest een groep Duitse jongeren alsof er geen morgen is.

Op een Tsjechisch station komt er een meisje bij ons zitten. Ze zegt niet veel en ze probeert Engels te leren uit een schoolboek. Ze stoort zich aan de feestende jongeren en twijfelt of ze er wat van zal gaan zeggen. Ik maak haar duidelijk dat dat geen zin heeft. Feestende dronken jongeren moet je niet tegen de haren instrijken. Over 30 minuten zijn we op Praag CS. Zij moet er al eerder uit, op Praha Holešovice. Ik versta de naam en merk op dat ik er daar beter ook uit kan. Ze begrijpt niet waarom, totdat ik haar het adres van het hostel laat zien. ‘Better station, take tram two stops’ zegt ze ‘follow me’. Bij het uitstappen verontschuldigt ze zich voor haar Engels. Ze is al 20 jaar aan het studeren en nog steeds kan ze het niet. Ik vraag haar hoe oud ze dan is. 27! Ze is zelfs al getrouwd. Dat had ik niet verwacht.

Het station Holešovice ligt, zoals ik al wist, midden op een grauw industrieterrein. Je snapt dat dat voor een vrouw niet de plaats is om ’s nachts rond te lopen. Liever had ik centraal station gekozen, maar daarvoor zou ik metro én tram moeten gebruiken. Ik heb nu al problemen om de tram te vinden. Ik moet door een tunnel waar op dit uur nog een man de vloer met een boenmachine bewerkt. IJverig, zeg. Dan kom ik bovengronds en zie dat ik alsnog in het donker op het industrieterrein sta. Nogmaals door de tunnel… na vijfhonderd meter sta ik weer boven, maar zie nu bordjes naar de tramhalte. De tram komt er net aan ook, perfect. Ik stap in en wil een kaartje kopen, maar dat kan hier niet. Oeps, dan rijd ik maar zwart. Bij de juiste straat stap ik uit. Loop eerst de verkeerde kant op. Ongure gebouwen en vage mensen: vast verkeerd. Ik loop vanaf het kruispunt de straat ertegenover in. Al gauw vind ik daar hostel Sir Toby’s. Gelukkig! Inchecken gaat allemaal prima, al betaal ik wel zo’n 100 kronen teveel. Daar kom ik pas later achter wanneer ik in de lobby even mijn reservering in de mail check. Omgerekend is dat 4 euro, dus ik doe er niet moeilijk over.

Ik ga naar mijn slaapzaal en tref daar twee beslapen bedden aan. Ik ga eens lekker douchen en kies een leeg bed uit. Ik slaap niet voor lang. Om 12 uur hoor ik iemand in het gebouw enorm aan de deur hengsten en doen, vergezeld van droevig gekerm. Klopgeesten, nou wordt ’t mooi. Het gerammel en debons houdt aan, terwijl er vanuit alle hoeken van het gebouw kreten als ‘shut up, you drunk!’ en ‘f*ck off!’ te horen zijn. De herrieschopper is kennelijk vastberaden want het gehengst gaat door tot zeker 1 uur. Dan komt er een jongen de slaapzaal oplopen. Ik dacht dat ik een girls dorm had?! Hij maakt een opmerking over het gebons en gejammer en gaat dan eens kijken (ah, held!). Ik hoor hem praten en opeens houdt het gebons op. Ik volg hem en zie dat hij de badkamerdeur van de slaapzaal naast ons openmaakt. Een meisje in pyjama stapt naar buiten, met verwilderde haren en grote ogen van schrik. Ze is zo opgelucht, ze zat al een uur vast op het toilet

Aldus, we kunnen slapen. De jongen zaagt minstens een half bos om, en om vijf uur in de ochtend krijgen we gezelschap van nog een jongen, die daar nog eens drie regenwouden aan toevoegt.

zondag

Om acht uur gaat de wekker en ga ik ontbijten. De hoofdpijn is nog altijd bij me, dus ik houd m’n ogen halfdicht en doe alles rustig aan. Het ontbijt is onderin de kelder van het hostel. Het hele hostel is echt een aanrader (op dat incidentje van afgelopen nacht na ). Ze doen alles om toeristen te helpen, en het is heel gezellig vintage aangekleed. Het is zo superknus dat ik hier zeker nog wel eens terug wil komen, maar dan wel in een eenpersoonskamer.

Ik regel een tramkaartje en pak tram 5 naar het stadscentrum. Ik drop mijn tas af in een bagagekluis op het station. Gewapend met een heuptasje en camera trek ik weer de stad in. Ik wil het Alfons Mucha-museum bezoeken. Ik loop er zo heen. Het is niet zo groot, maar wel fascinerend. Ze hebben allemaal originele schetsen en werken in Jugendstil hangen. Ik koop een verjaardagskaart voor mijn neefje, met zoveel mogelijk kastelen en torens erop, en voor mezelf een koelkastmagneet. Bij het postkantoor weet ik met veel gedoe aan een postzegel te komen zodat de kaart gelijk weg kan.

Zo, alle noodzakelijke dingen zitten erop. Nu eens rondwandelen door het centrum. Het is stukken mooier dan Dresden, en doet me denken aan Wenen en aan Parijs. Met de handige plattegrond die ik van Sir Toby’s heb meegekregen ga ik kriskras door alle straten heen. Ik kom uit bij de oude markt, loop naar de rivier en zie het befaamde kasteel liggen. Ik steek weer over en loop over de Charlesbrug. Wat een toeristische hotspot is dat zeg, net Mont Martre in Parijs. De zon breekt door, de grauwe hemel wordt zilver verlicht. Ik maak gauw wat foto’s, want zoveel zon heb ik nog niet gezien vandaag. Ik ga kriskras weer wat straatjes door en beland weer op het Wenceslasplein: een enorme boulevard tussen de winkelstraat en het nationaal museum. Het begint inmiddels best wel koud te worden. Ik loop de boulevard af en haal een lekkere Vanilla Latte bij de Starbucks op de hoek. Opwarmen, mensen kijken, reisverslag schrijven. Nog twee uur voordat mijn trein vertrekt, en ik zit vlak bij het station: er moet toch nog wat te doen zijn?

Ik herinner me dat ik nog naar metrostation Florenc wil, want dat is erg mooi betegeld. Ik loop eerst naar het centraal station en vraag een beambte of ik zonder ticket het perron van de metro op mag. Nee, dat mag niet. Voor een ticket moet ik opnieuw pinnen, terwijl ik nu juist van mijn Koruna’s af moet. Ik laat het maar zitten en besteed mijn laatste anderhalf uur op het station zelf. Het is net een luchthaven, zo groot. Wachtende onder het vertrektijdenbord spot ik een route naar ‘het oude station’. Dat laat ik me niet ontgaan. Ik volg de bordjes en sta prompt in een machtig mooi oud koepelgewelf. Ook dat gaat op de foto. Ik keer terug naar de moderne stationshal en zie dat mijn trein een spoor toegewezen heeft gekregen. Perron vijf is gauw gevonden, en mijn zitplaats ook.

We kachelen twee uur van Praag naar Ostrava. Het lijkt de intercity tussen Amsterdam en Enschede wel. Op Ostrava Svinov stapt de laatste horde studenten eruit. Daarna mag ik ook, op Ostrava Centraal. De directeurs komen me afhalen en we sjezen naar het hotel. Zo, nu mag ik de komende dagen eens genieten van een luxe hotelkamer en diners à la carte. Tegenprestatie: al die urenlange vergaderingen…

…ik zie het maar zo: als je eenmaal vast zit aan een kantoorbaan krijg je nog amper de kans om wat van de wereld te zien. Als je dan gevraagd wordt om op reis te gaan voor je werk, maak er dan zeker iets leuks van!